Met zijn lengte van 2 tot 2,5 meter en zijn gewicht van bijna een halve ton, vormt de IJsbeer een indrukwekkende verschijning. De dikke, witte vacht verraadt meteen dat we hier met een poolbewoner te maken hebben. IJsberen leven dan ook op en rond de poolkap van de noordpool. De beren zijn uitstekende zwemmers. De letterlijke vertaling van de wetenschappelijke naam Ursus maritimus is dan ook 'zeebeer'.
IJsberen jagen vooral op zeehonden. Maar ze eten ook vis, rendier, gestrande walvissen en bessen. We weten van ijsberen in de Hudson Bay, dat ze ook regelmatig zeevogels vangen, die op het water dobberen. Pinguïns staan echter niet op het menu van de ijsbeer, om de doodeenvoudige reden dat er geen pinguïns voorkomen op de noordpool.
Bij pinguïns denken we ook meteen aan pooldieren. Inderdaad vinden we op Antarctica grote kolonies van deze vogels. Door hun dichte verenkleed kunnen ze zeer lage temperaturen weerstaan. Toch komen pinguïns niet alleen op de zuidpool voor. De Galapagospinguïn leeft zelfs op de evenaar. Ten noorden van de evenaar vinden we geen pinguïns meer.
Het is dus duidelijk dat pinguïns op de zuidpool zich niet druk hoeven te maken over ijsberen. Daarentegen hebben ze des te meer te vrezen van de Zeeluipaard, Hydrurga leptonyx. Het menu van deze behendige jager bestaat voor tien procent uit pinguïns. Het is daarmee de enige zeehond die regelmatig op warmbloedige dieren jaagt, waarbij hij ook andere zeehonden niet spaart.