De opvolgers van Alexander de Grote probeerden de vele culturen van diens enorme rijk met elkaar te laten versmelten door nieuwe goden te creëren. Bronzen beeldjes van de bestaande, oude Egyptische goden werden niet meer in gipsmallen gegoten en daardoor vrijer van houding.
Deze Isis (rechts) is gekleed in een combinatie van Egyptische en Griekse mode en draagt op het hoofd een korenmaat. Deze attributen kenmerken haar als godin van voorspoed en overvloed. Ook Osiris is veranderd. Hij heeft soms een vaasvormig lichaam met een mensenhoofd. Deze 'Osiris-Canopus' (links) draagt een on-Egyptische hoofddoek, maar zijn 'vaaslichaam' is versierd met Egyptische voorstellingen.
De Isis op de troon rechts zit op on-Egyptische wijze met een opgetrokken been. Haar kleding en haardracht zijn aangepast aan de klassieke mode. De kroon is Egyptisch, ze heeft de naakte Harpokrates op schoot.
De Egyptische god Anoebis met zijn jakhalskop is links afgebeeld als een Romeinse keizer in gevechtsuitrusting.
Egypte (?), 1ste-2de eeuw na Chr., h. Isis 23,5 cm
Ondanks de soms wat spottende wijze waarop Griekse en Romeinse schrijvers zich over de Egyptische godsdienst uitdrukken, raakten de inwoners van Griekenland en Italië al vroeg gefascineerd door deze exotische erediensten. In hun tijd was de faraonische cultuur al drieduizend jaar oud. De Egyptenaren werden beschouwd als de bezitters van bovenaardse wijsheid en de oorsprong van alle kennis. Met de veroveringen van Alexander de Grote was er een intensief contact ontstaan tussen Europa en de beschavingen van het oude Oosten. Tijdens de daarop volgende periode van het Hellenisme trachtten de opvolgers van de Macedonische generaal, die de verschillende delen van zijn onmetelijke rijk hadden geërfd, deze uiteenlopende culturen met elkaar te verenigen. In Egypte schiepen de Ptolemaeën daarom de nieuwe oppergod Serapis, die elementen in zich droeg van de Egyptische goden Osiris en Apis en van de Griekse Zeus en Hades. De godin Isis gold voortaan als Serapis' vrouw en speelde de hoofdrol in de mysteriediensten rond de dood en opstanding van Osiris. Zulke mysteriën, waarbij een selecte kring van ingewijden deelde in het goddelijke wonder, vormden op zich een Griekse traditie. Ze werden echter in deze periode gevoed door oosterse elementen (naast de Isisdienst ook de Perzische Mithrasverering) en bloeiden als nooit tevoren. Vanuit de hofstad Alexandrië verspreidden de Egyptische erediensten zich al spoedig over de rest van de landen rond de Middellandse Zee, tot uiteindelijk zelfs middenin Rome heiligdommen van Isis en Serapis ontstonden.
Voor de uitbeelding van de Egyptische goden hadden deze ontwikkelingen grote gevolgen. Hoewel in het Egyptische binnenland de goden nog lang op de traditionele wijze afgebeeld werden, ontstond in Alexandrië een nieuwe mengstijl van Grieks-Romeinse en Egyptische elementen. Voortaan werden bronzen beeldjes vrij in was gemodelleerd en niet meer in gipsmallen afgegoten. Ieder beeldje is daarmee een nieuwe spontane schepping. De houdingen zijn vrijer en tonen de klassiek-Griekse benadering van het menselijk lichaam in plaats van de Egyptische starheid. De kleding en attributen gaan eveneens terug op de Grieks-Romeinse mode en gebruiken. Met dat alles doen de Egyptische dierenkoppen en andere symbolen ineens vreemd en gekunsteld aan.
De bronzen Isis rechts is weergegeven in de klassieke houding (contrapost), waarbij het lichaam met sierlijke verdraaiingen op één been steunt. De godin draagt een ruimvallend ondergewaad, dat tussen de borsten met de kenmerkende 'Isisknoop' sluit. Waarschijnlijk is deze knoop geïnspireerd door een oud Egyptisch amulet. Over de linkerschouder en rond het middel is een mantel geslagen. Het Hellenistische kapsel met haarwrong in de nek wordt door een diadeem op zijn plaats gehouden. Bovenop het hoofd staat een korenmaat of modius, een nieuw attribuut van Isis, bekroond door een Egyptische verenkroon met zonneschijf, koehorens en twee korenaren. In de linkerarm houdt de godin twee Hoorns des Overvloeds, waarop druiventrossen en granaatappels rusten. De rechterarm is verloren gegaan maar hield mogelijk een scheepsroer. Deze attributen kenmerken Isis als beschermster van voorspoed en overvloed (Fortuna of Annona). Het votiefbeeldje is hol gegoten.
Ook de iconografie van Isis' echtgenoot Osiris onderging in deze periode grote veranderingen. Vanaf het midden van de 1ste eeuw na Chr. verschijnen er op munten en andere voorwerpen afbeeldingen van een mysterieus cultusbeeld uit Canopus, een stadje dichtbij Alexandrië. Daar zou een godenbeeld worden vereerd in de gedaante van een vaasvormig lichaam met daarop een mensenhoofd. Waarschijnlijk betreft het een vorm van Osiris; de vaas zou dan Nijlwater bevatten, want Osiris werd wel gelijkgesteld met de jaarlijkse overstroming en Canopus lag aan de monding van een der voornaamste Nijlarmen. De vaasvorm werd ook buiten Canopus weldra een populaire weergave van Osiris, Isis en andere Egyptische goden. De hier afgebeelde Osiris Canopus (links) is hol gegoten. Het hoofd wordt door een zeer on-Egyptische hoofddoek bedekt. Op het vaaslichaam zijn in hoog reliëf verschillende egyptiserende voorstellingen aangebracht: voor onder meer een gevleugelde scarabee met zonneschijf, geflankeerd door twee figuren van de naakte Harpokrates, opzij twee hurkende bavianen en de godinnen Isis en Nephthys, en achter Osiris staande tussen twee mummievormige goden met dierenkop en twee gezeten jakhalzen. De holle basis wordt bekroond door een lauwerkrans. Alle motieven zijn op onhandige wijze vormgegeven, alsof de modelleur ze maar half begreep. De canope kan dan ook heel goed buiten Egypte zijn ontstaan.
Egypte (?), 1ste-2de eeuw na Chr., h. Anubis 7 cm
Een klein Isisfiguurtje rechts toont de godin op een troon. De bovenkant van de rugleuning had een opengewerkt ornament, maar is nu weggebroken. De godin zit op zeer on-Egyptische wijze met één been opgetrokken en draait haar bovenlijf naar het naakte kind dat op haar schoot zit. Isis draagt een strak onderkleed met daarover een schouderdoek met franje en een zware geplooide mantel over de benen. Haar kapsel is kunstig samengesteld uit afhangende pijpenkrullen, bijeengehouden door een haarvlecht en een knotje. Zowel Isis als Hapokrates dragen kronen van Egyptische trant. Het groepje is hol gegoten en heeft aan de achterkant een opening. (Zie ook Isis in Zuid-Holland.)
De figuur links daarvan is een goed voorbeeld van het wonderlijke effect dat de combinatie van Egyptische en Grieks-Romeinse motieven soms oplevert. Het is de Egyptische god Anoebis met zijn jakhalskop in de gedaante van een Romeinse keizer. De houding kenmerkt zich weer door contrapost en verdraaiingen. De god is gekleed in een Romeins borstkuras (lorica) met uit metaalplaten samengestelde schouderstukken en wapenrok. De geheven rechterhand is doorboord en hield een of ander attribuut. Rond de linkerarm zit een mantel gedraaid; de hand houdt een kort zwaard. Tussen de jakhalsoren staat een Egyptische bundelkroon met zonneschijven.