De reliëfs uit het graf van financieel ambtenaar Merymery zijn topstukken uit de Egyptische beeldhouwkunst. Stilistisch zijn ze ten tijde van Amenhotep III (1391-1353) te dateren.
De afbeeldingen en inscripties hebben de begrafenis van Merymery tot onderwerp. Hier afgebeeld zijn groepen klaagvrouwen die zich met modder en as bestrooien. Heel belangrijk is het mondopeningsritueel, waarmee de dode het gebruik van zijn lichaamsfuncties terugkreeg. Een priester in een luipaardvel besprenkelt Merymery's mummie met water. Een andere, verkleed als de mummificatiegod
Anoebis, houdt hem rechtovereind.
18de dynastie, eerste helft 14e eeuw v.Chr., h. 157 cm
Op het woestijnplateau van Sakkara, ten zuiden van de piramide van Djoser, werden de belangrijkste tijdgenoten van de laatste koningen van de 18de en van de eerste koningen van de 19de dynastie begraven. Onder Amenhotep III waren hier al de eerste grote graven gebouwd. Nadat onder Toetanchamon de regering vanuit Amarna naar Memphis was overgeplaatst, breidde deze sector van de Memphitische dodenstad zich geleidelijk uit en zou tot ver in de regeringsperiode van Ramses II de belangrijkste begraafplaats van de elite blijven. In het begin van de 19de eeuw zijn op dit terrein delen van het graf en de grafinventaris van een zekere Merymery, ambtenaar bij het Schathuis van Memphis, ontdekt. Deze stukken kwamen als onderdeel van de grote collectie Anastasy in Leiden terecht.
Het zijn twee grote reliëfs, zes shabti's (lijkbeeldjes) en een papyrusvormig amulet van groene steen. De reliëfs van Merymery zijn afkomstig uit een offerkapel in de bovenbouw van een graf. Ze bedekten de zijwanden van deze kapel en stonden haaks op de achterwand waartegen een grafstèle van de eigenaar was geplaatst.
Het reliëfwerk is van een superieure techniek. De voorstellingen zijn in zeer laag reliëf, maar de hiëroglyfische inscripties zijn afwisselend in laag en verzonken reliëf uitgevoerd, waardoor het geheel van de decoraties een levendige indruk maakt. Het aanbrengen van ragfijne en minimale voorstellingen in de laagreliëf techniek waarmee beide reliëfpanelen grotendeels zijn bedekt, vereiste een uitzonderlijk vakmanschap. Door hun technische volmaaktheid, de buitengewone artistieke kwaliteit en de door een scherpe observatie van het dagelijkse leven geïnspireerde uitwerking van de gekozen thema's kunnen de grafreliëfs van Merymery tot de absolute top van de Egyptische reliëfkunst gerekend worden.
Merymery was Wachter van het Goudhuis van Memphis. Het Goudhuis, of Schathuis, was de belangrijkste economische instantie van het land. Het voerde onder meer het beheer over de koninklijke monumenten en begraafplaatsen, in het bijzonder over de kunstenaarsateliers die voor de graven van de hoge staatsambtenaren verantwoordelijk waren. Gezien de kwaliteit van zijn grafkapel moet Merymery's functie niet onbelangrijk zijn geweest. Op grond van de stijl en uitvoering van de reliëfs is men geneigd het graf te dateren in de regering van Amenhotep III (1391-1353).
Beide panelen zijn van fijne witte kalksteen. Van de oorspronkelijke beschildering zijn hier en daar nog sporen aanwezig. De scènes en inscripties hebben betrekking op episoden en momenten uit het begrafenisritueel en de voedselcultus voor Merymery. De begrafenisstoet wordt opgewacht door groepen klaagvrouwen. Sommigen hebben hun haren verward en opgestoken, anderen bestrooien zich met modder en as. De vrouwen, van wie enkele met name worden genoemd, maken hun rouwmisbaar beroepshalve: ze zijn ingehuurd om met hun gejammer en geschreeuw de kwade geesten af te schrikken die Merymery's gang naar het graf zouden kunnen belemmeren. Boven de groep klaagvrouwen staan de woorden die zij spreken of zingen:
Jouw nacht moge mooi zijn. De goden gaan voor je uit. Wennofer
[Osiris] heeft je ontvangen. O, Negengodental van de Heren van Cher-hat [een plaats bij het tegenwoordige Oud-Cairo], mogen jullie hem plaatsen aan de zijde van Re. Ik heb gehuild! Ik heb geklaagd! Jullie allemaal, mogen jullie eraan denken jullie te bedrinken met Sedeh-wijn, terwijl kransen en aangename zalf op jullie schedels zijn.
eind 18de dynastie, ca. 1330 v.Chr.
Een belangrijke plaats op beide reliëfs neemt het zogenaamde mondopeningsritueel in. Hierbij wordt de mummie ritueel gereinigd en magisch weer tot leven gebracht, alvorens in de grafkamer te worden bijgezet. Op het ene reliëf, bovenaan, besprenkelt een in een luipaardvel geklede priester de mummie met gewijd water. Een andere priester houdt de mummie rechtop. Hij draagt een jakhalskoppig masker en treedt op in de hoedanigheid van de mummieficatiegod Anoebis. Dit ritueel heeft de bedoeling om de dode het gebruik van al zijn lichaamsfuncties terug te geven, opdat hij in het hiernamaals weer normaal als mens kan functioneren.