printen     versturen    

Reliëfs van Ptolemaios I

De opvolgers van Alexander de Grote startten de laatste Egyptische dynastie, die van de Ptolemaeën. Die duurde 300 jaar. Egypte verdween als zelfstandig koninkrijk na de nederlaag van Cleopatra tegen Augustus in 31 v.Chr. In die laatste periode onderstreepten de farao's de lange Egyptische traditie. Deze reliëfplaten zijn afkomstig uit een tempel van farao Ptolemaios I en zijn zeer fijn van uitvoering. Onder een sterrenhemel offert Ptolemaios aan de godin van de scheppingsorde Maät. Op het ene reliëf doet hij dat als koning van Boven-Egypte, op het andere als die van Beneden-Egypte. Daarmee bevestigt de koning de eeuwenoude stabiliteit en strijd tegen de chaos.

RMO
dynastie der Ptolemaeën, ca. 300 v.Chr., l. 142 cm

In 332 v.Chr. werd Egypte een deel van het grote wereldrijk van de Macedonische koning Alexander de Grote. Alexander liet zich in Memphis tot farao kronen en door het orakel van Jupiter-Ammon in de Oase Siwa tot goddelijk heerser van de wereld uitroepen. Nadat hij aan de kust van de westelijke Nijldelta het naar hem genoemde Alexandrië had gesticht, verliet hij Egypte weer om zijn zegetocht door het Midden-Oosten voort te zetten. Na de dood van de wereldveroveraar in 323 v.Chr. werd Ptolemaios, een van Alexanders generaals, stadhouder van Egypte. In 304 werd hij zelf farao. Ptolemaios is de stichter van de dynastie der Ptolemaeën. Op hem zouden veertien farao's met diezelfde naam volgen. Na de nederlaag van koningin Cleopatra VII tegen de Romeinse veldheer Octavianus (de latere keizer Augustus), in 31 v.Chr., hield de Macedonische dynastie op te bestaan en werd Egypte een deel van het Romeinse Rijk.

Ptolemaios I noemde zich Soter, 'De Redder'. Hij schoeide het bestuur van het land op westerse leest door ingrijpende reorganisaties: de toplaag van de maatschappij werd voortaan door Grieken gevormd en Grieks werd de bestuurstaal. In een poging zijn Egyptische en Griekse onderdanen nader tot elkaar te brengen, introduceerde de koning een nieuwe god, Serapis. Deze verenigt elementen van de Griekse god Zeus en van de Egyptische goden Osiris en Apis in zich.

Ondanks de Helleense stromingen in de cultuur, die resulteerden in kunstuitingen van hoge kwaliteit en met een duidelijk Griekse signatuur, bleef de faraonische beschaving onder de Ptolemaeïsche heersers gewoon bestaan. Het lijkt wel alsof men in de tempels die in deze periode in Egypte en Nubië zijn gebouwd nog één keer de geestelijke erfenis van de dan al bijna drieduizend jaar oude faraonische beschaving zo compleet mogelijk heeft willen vastleggen. Op de wanden van deze tempels treft men eindeloze reeksen van afbeeldingen met inscripties aan die de belangrijkste godenmythen en tempelrituelen tot onderwerp hebben. Daarin staat voortdurend de figuur van de farao, de zoon en hogepriester van de goden en de behoeder van de geordende wereld, centraal. Juist de laatste farao's van Egypte, de Macedonische Ptolemaeën en later de Romeinse keizers, heersers van buitenlandse origine, wilden laten zien dat zij in de rol van plaatsbekleder van de goden niet onderdeden voor hun inheemse voorgangers.

Met name tijdens de regeringen van Ptolemaios I en II was de drang om de inheemse Egyptische religie, kunst en cultuur te bestuderen en te kopiëren, bijzonder sterk. Van de eerste Ptolemaios zijn betrekkelijk weinig monumenten bewaard. De kwaliteit van de beeldhouwkunst uit zijn tijd is opvallend hoog, vooral als men die vergelijkt met de over het algemeen maniëristische, seriematige prestaties die onder zijn opvolgers zijn geleverd.

In de ruïnes van de Grieks-Egyptische stad Oxyrhynchus, vlakbij het tegenwoordige Behnasa, zijn talrijke fragmenten teruggevonden van faraonische monumenten. Die waren in de Romeinse tijd uit oude tempels verwijderd en als bouwmateriaal voor graftombes hergebruikt. Zo is ook een aantal reliëfblokken uit een tempel van Ptolemaios I weer aan het licht gekomen. Twee van deze zeldzame, tot dunne platen afgezaagde reliëfs bevinden zich in het Rijksmuseum van Oudheden. Ze zijn bedekt met twee in zeer fijn laagreliëf uitgevoerde scènes, spiegelbeeldig en door een verticale streep van elkaar gescheiden. Ze maken deel uit van het bovenste beeldregister op een tempelwand. Een langgerekt hemel-hiëroglief met sterren bekroont een dubbele voorstelling van het zogenaamde Maät-offer van de regerende koning. Deze koning is blijkens de cartouches 'De Koning van Boven- en Beneden-Egypte, de Heer der Beide Landen, De Geliefde van Re, Uitverkorene van Amon' en 'De Zoon van Re, de Heer der Kronen, Ptolemaios [I]'.

Op het ene fragment draagt hij de kroon van Boven-Egypte en ontvangt symbolisch 'leven en heerschappij in eeuwigheid' van de giergodin Nechbet, patrones van Boven-Egypte. Op het andere draagt hij de kroon van Beneden-Egypte en ontvangt dezelfde symbolische gaven van de schutsgodin van Beneden-Egypte, de slang Wadjet (Buto). Ptolemaios offert in ruil voor deze geschenken een beeldje in de vorm van de godin Maät, de scheppingsorde, aan verscheidene goden. Deze rituele handeling drukt symbolisch uit dat de koning de goden bijstaat in hun eeuwige strijd tegen het kwaad, de chaos. Op het eerste fragment wendt Ptolemaios zich tot de god 'Dedoen, de Zoon van Osiris, de Zoon van Medjat, de Heer van Per-Cheft' en zijn moeder 'de Grote Godin, Medjat, groot aan toverkracht, Meesteres van Per-Cheft'. Beiden zijn van oorsprong Nubische goden. In de tweede scène staat de koning voor een ander godenpaar, dat nu helaas vrijwel is verdwenen. De god is volgens de inscriptie 'Horus-de-Lieveling, de Zoon van Isis, de Heer van Per-Cheft'.

RMO
dynastie der Ptolemaeën, ca. 300 v. chr., l. 142 cm

De thans ontbrekende godin moet wel de moeder van deze god, Isis, zijn geweest. De wijze waarop het uiterlijk van de figuren is weergegeven is typisch voor de Ptolemaeïsche kunststijl: bolle gezichten met lichte wallen onder de ogen en kleine, glimlachende monden. Uit de inscripties kan worden geconcludeerd dat de tempel waaruit deze reliëfs afkomstig zijn in Per-Cheft gestaan moet hebben, een plaats die niet precies is gelocaliseerd, maar in de buurt van het huidige Behnasa moet hebben gelegen. De reliëfs zijn van kalksteen en waren eens geheel of gedeeltelijk beschilderd. De hemel waartegen de sterren afsteken, was blauw, de sterren zijn misschien met bladgoud bedekt geweest.