printen     versturen    

Canopenkist van Amenhotep en canopen van Ipy

Koninklijke personen en hoge ambtenaren, zoals rentmeester Amenhotep, kregen een kostbare stenen canopenkist als deze. De kist heeft de vorm van een kapel op een slee. Op het gewelfde deksel is hemelgodin Noet afgebeeld. Op de wanden staan teksten en godenfiguren.

De vier oorspronkelijke canopen van Amenhotep zijn verloren gegaan. Aangenomen wordt dat ze van hetzelfde type waren als de canopen van zijn zoon Ipy, die hetzelfde ambt als zijn vader bekleedde. Deze zijn van albast en dragen opschriften voor de goden die de ingewanden beschermen. De deksels hebben de vorm van een mensenhoofd.

rmo
18de dynastie (ca. 1370 v.Chr.), Sakkara, h. 50 cm

Deze canopenkist is vervaardigd uit één stuk kwartsiet en moet een uiterst kostbaar stuk geweest zijn. Gewoonlijk bezaten particulieren slechts een houten kist voor de vier ingewandsvazen, terwijl stenen exemplaren meestal alleen voor koninklijke personen waren weggelegd. Dat wijst meteen al op de hoge maatschappelijke status van de eigenaar van deze kist. In de inscripties wordt hij genoemd als 'de grote rentmeester van Memphis Amenhotep'. Zoals vele mannen van deze naam werd hij ook wel kortweg 'Hoey' genoemd. Deze persoon is ons goed bekend uit een groot aantal andere bronnen. Onder koning Amenhotep III (1391-1353 v.Chr.) was hij, na de vizier of onderkoning, de belangrijkste ambtenaar in de hoofdstad Memphis. Zijn voornaamste taak was die van beheerder van de koninklijke domeinen. Ook was hij actief als bouwmeester. In die hoedanigheid leidde Amenhotep onder meer de constructie van een nieuwe tempel voor de Memphitische stadsgod Ptah en de plaatsing daarin van een groot beeld van zijn koninklijke meester. Daarnaast werd Amenhotep ingezet bij de administratie van het schathuis en de graanschuur en was hij betrokken bij de tempelcultus van Ptah en diens vrouwelijke consort Sachmet.

De canopenkist staat op een sleevormig onderstel, een vorm die geïnspireerd is door de gebruikelijke wijze van transport tijdens de uitvaartstoet. De kist zelf heeft de vorm van een kapel met gewelfd deksel, waarop een voorstelling van de gevleugelde hemelgodin Noet (de moeder van Osiris) is aangebracht. De zijwanden worden bekroond door de combinatie van rondlijst (torus) en holle kroonlijst die gebruikelijk is voor de Egyptische architectuur. Onder de torus loopt op elke wand een horizontale schriftregel met een wens voor de overledene. Daaronder staan telkens centraal twee godenfiguren, geflankeerd door kolommen tekst. Op de zijwanden gaat het om de vier Horuszonen Amset en Hapy (linkerwand) en Doeamoetef en Kebehsenoef (rechterwand). Op voor- en achterwand zien we in diezelfde positie vier godinnen die met de Horuszonen verbonden waren als beschermsters van de ingewanden: Isis en Nephthys (achterzijde) en Neith en Selkis (voorzijde). In theorie bestond er een strikte ordening: iedere godin hoorde bij één Horuszoon, was georiënteerd op één specifieke windrichting en had één deel van de ingewanden onder haar hoede. Zoals zo vaak is van deze strikte indeling op Amenhoteps canopenkist weinig terecht gebracht. Zo staat naast Isis weliswaar haar correcte tekst, te reciteren door Isis: sluit Uw armen om wat in U is, verbreid Uw bescherming over Amset die in U is, de koningsschrijver en grote rentmeester in Memphis, Amenhotep, maar de figuur op het aangrenzende zijvlak is de valkkoppige Kebehsenoef (in het bijschrift ten onrechte Hapy genoemd). Amset staat op de andere zijwand.

Deze canopenkist kwam in 1829 naar Leiden als deel van de grote collectie van Giovanni d'Anastasy. Ook een granieten pyramidion (topje van een grafpiramide) en een houten stoelpoot uit deze verzameling dragen de naam van Amenhotep Hoey. Alles wijst erop dat de agenten van Anastasy betrokken waren bij de vondst van Amenhoteps graf in de woestijn bij Sakkara. Meer gegevens daarover danken we aan een andere betrokkene: de kanselier van het Oostenrijkse consulaat Giuseppe di Nizzoli. In diens memoires lezen we dat het graf rond 1821 aan de rand van het woestijnplateau werd aangetroffen. De plunderaars (want van opgravers kunnen we in deze periode nog niet spreken) betraden een verticale grafschacht, die leidde naar een ondergrondse kamer waar zich een stèle bevond van Amenhotep en zijn zoon Ipy (nu in het museum te Florence). Vanuit deze tussenkamer liep een tweede schacht naar de nog dieper gelegen grafkamer, waar zich nog 'een zeer grote sarcofaag van askleurig graniet met kapotgeslagen deksel' bevond. Kennelijk was deze te zwaar voor de rovers. Wel namen ze enkele andere resten van de grafinventaris mee (nu in Florence en Parijs). Ook de Leidse canopenkist zal hier naast de sarcofaag gestaan hebben, al wordt hij in Nizzoli's rapport niet genoemd. Hopelijk wordt het graf van Amenhotep nog eens teruggevonden door een van de moderne expedities die in dit terrein werkzaam zijn. Het moet een der mooiste monumenten van zijn tijd geweest zijn.

rmo 
18de dynastie (ca. 1370 v.Chr.), Sakkara, h. 77 cm

De canopenkist wordt momenteel in Leiden tentoongesteld met erin vier albasten canopen die er niet bij horen. Amenhoteps eigen lijkvazen waren waarschijnlijk al in de Oudheid door grafrovers stukgeslagen en zijn niet bekend. Toch kunnen we ons een goede indruk vormen hoe Amenhoteps canopen eruit zagen, omdat in Leiden wel twee ingewandsvazen van zijn zoon Ipy worden bewaard. Net als zijn vader bekleedde deze het ambt van grote rentmeester van Memphis en ongetwijfeld lag ook zijn graf bij Sakkara. De vazen zijn van albast en zijn beide gesloten met een stop in de vorm van een mensenhoofd. Pas na de 18de dynastie verbreidde zich het gebruik om de Horuszonen te onderscheiden door verschillende koppen: een mens voor Amset, baviaan voor Hapy, jakhals voor Doeamoetef en valk voor Kebehsenoef. Ipy's canopen dragen opschriften voor Doeamoetef en Amset, maar ze hebben deksels die beschreven zijn voor respectievelijk Amset en Kebehsenoef. Of deze verwisseling is opgetreden door onachtzaamheid van de dodenpriesters of als gevolg van verstoring door de grafrovers, is niet bekend.