printen     versturen    

Farao in een valkenkleed

De levende farao werd beschouwd als de zonnegod Horus op aarde. Deze gelijkstelling komt goed naar voren in het beeld van de koning op een troon, wiens rug door de vleugels en staart van een valk zijn bedekt. Van dit type beeldje zijn er slechts tien bekend. Hier zit de koning op een kubusvormige troon. Hij draagt de traditionele geplooide koningsdoek en heeft een lendenschort aan. Op de zijkanten van de troon staan figuren van geboeide gevangenen, een gebruikelijk overwinningsmotief op koningszetels. Het symboliseert de overwinning op het kwaad.

Bij andere beelden maken valken deel uit van de versiering van de hoofdbedekking. Een derde uitdrukkingsvorm is die waarbij Horus en de farao naast elkaar staan. 

rmo
dynastie der Ptolemaeën, ca. 250 v.Chr., h. 18 cm

De levende farao werd beschouwd als de aardse incarnatie van de zonnegod Horus, en is daarom als een god vereerd. Iedere farao bezat vijf namen, waarvan er twee hem met Horus identificeren: de Horus-naam en de Gouden Horus-naam. Van oudsher was het koningschap nauw verbonden met de cultus van de valkgod Horus en is dat zo gebleven tot aan het eind van de faraonische beschaving. Dit geloof hebben de Egyptische kunstenaars zeer expliciet, en op diverse manieren, in hun creaties tot uitdrukking gebracht.

Het bekendste beeldtype waarin de associatie of gelijkstelling van de farao met Horus tot uiting komt, is het beeld van de tronende heerser, wiens nek door een valk met uitgespreide vleugels is bedekt. Het majestueuze beeld van farao Chephren uit de 4de dynastie, en de prachtige kop van koning Neferefre uit de 5de dynastie, beide in het Egyptisch Museum in Cairo, zijn hiervan de mooiste voorbeelden. Bij andere voorstellingen maken valken deel uit van de decoratie van de koninklijke hoofdbedekking. Een derde uitdrukkingsvorm was een groepscompositie waarin de farao en de Horusvalk beide ten voeten uit zijn weergegeven. Een prachtige sculptuur van gladgepolijste, harde groenachtige steen in het Metropolitan Museum of Art in New York is van dat type het meest illustere voorbeeld: farao Nectanebo II (360-343 v.Chr.), de laatste koning van inheemse origine, staat tussen de poten van een grote, met de dubbele kroon van Egypte getooide valk. Het is niet verwonderlijk dat deze koning meerdere beelden van dit type heeft laten maken, want zijn troonnaam was Nacht-Hor-Heb, wat 'Horus is sterk van feesten' betekent. Het beeld in New York vormt een rebus van deze naam, waarbij de valk voor Horus staat en de attributen in de handen van de koning de hiëroglief en voor nacht (sterk) en heb (feest) zijn. Deze koning wordt in inscripties kortweg Pa-Bik genoemd, 'De Valk'.

rmo

Een faience koningsbeeldje in de Leidse verzameling is iconografisch gezien een variatie op hetzelfde thema: de koning als valk. Van dit type is maar een tiental voorbeelden bekend. De vereenzelviging van koning en valkgod is hier gerealiseerd door de rug van de vorst met de vleugels en staart van een valk te beeldje schijnt voor een datering in de Ptolemaeïsche tijd te pleiten.