Het schrift in Egypte ontstond betrekkelijk snel en als locale uitvinding rond 3100 v.Chr. Uit de tijd daarvoor kennen we alleen potmerk en die de eigenaar, inhoud of herkomst van vaatwerk aanduiden. Deze vaas draagt de naam van eerste koning, Ka. Die is weergegeven met een teken van geheven armen, en staat in een kader onder een raster die samen 'paleis' betekenen: de serech. Er boven staat de valk Horus, waarvan de koning de incarnatie is. Zo'n 'Horusnaam' betekent dat een product onder direct koninklijk toezicht stond, in dit geval olie of vet. De bloeiende bies daarnaast is het symbool voor Opper-Egypte. Het staat boven twee tekens die samen 'belasting' betekenen. Dat alles geeft aan dat de olie in de vaas belasting uit zuidelijk Egypte aan de koning bevatte.
'Dynastie 0' (ca. 3100 v.Chr.), Abydos, h. 23,2 cm
Met deze vaas zitten we middenin de boeiende periode van het ontstaan van het schrift. Het opschrift in zwarte inkt vermeldt een van de oudst bekende farao's van Egypte. De hiëroglief en zijn vlot en vaardig neergepenseeld. Niets verraadt op het eerste gezicht dat het schriftsysteem op dit moment nog maar nauwelijks een generatie in gebruik was en nog volop in ontwikkeling verkeerde. Dat is tegelijk het meest kenmerkende voor het ontstaan van de hiëroglief en: plotseling waren ze er en het is heel moeilijk om aan te geven waar ze vandaan kwamen. Vroeger dacht men aan directe invloed vanuit West-Azië, waar al enkele eeuwen eerder schriftsystemen in gebruik waren. Tegenwoordig beschouwen we het Egyptische schrift eerder als een locale uitvinding.
In de loop van de prehistorie was Egypte geleidelijk bevolkt geraakt door boer en. Deze mensen spraken ongetwijfeld één taal en waren de dragers van één cultuur. Aanvankelijk waren er nog culturele verschillen tussen Opper- en Neder-Egypte, maar gaandeweg waren ook die door toenemende handelscontakten vervaagd. Toch was er nog geen sprake van een politieke eenheid. Het land bestond uit een conglomeraat van kleine vorstendommetjes die elkaar af en toe bestreden. In dit sociaal-economische systeem bestond er nog geen behoefte aan een ingewikkelde administratie op schrift. Toch bespeuren we wel de voorlopers van een schriftsysteem: op aardewerken potten staan vaak geheimzinnige merktekens ingekrast (zie afbeelding hieronder). Deze potmerken hadden vermoedelijk betrekking op de inhoud of de herkomst van het vaatwerk, of ze duidden de persoon van de eigenaar of de pottenbakker aan. Zulke merktekens zijn daarmee het bewijs dat de samenleving veranderde. Transport , opslag , handel en export gingen een steeds grotere rol spelen. Een bovenlaag van locale machthebbers ging zich in toenemende mate bemoeien met de distributie van goederen. Uiteindelijk leidde dit tot een nieuwe politieke constellatie.
ca. 3100 v.Chr., h. 2,5 cm
Volgens de latere Egyptische tradities stond er rond 3050 v.Chr. een vorst uit het Opper-Egyptische This op die met militair geweld het land tot een eenheid smeedde. Zijn naam wordt gegeven als Menes en hij gold als de eerste farao van Egypte. Hij stichtte de hoofdstad Memphis, op de grens tussen Opper- en Neder-Egypte. Tegelijkertijd werd het hiërogliefenschrift in gebruik genomen om dit enorme rijk vanuit een centraal punt te kunnen besturen. Inderdaad kunnen we archeologisch vaststellen dat juist rond deze tijd de eerste teksten opduiken. In eigentijdse inscripties komt de naam Menes echter niet voor. Wel zijn er monumenten van andere koningen (Narmer en Hor-aha) waarop sprake is van militaire campagnes. De graven van deze koningen zijn dichtbij This, in de woestijn van Abydos, teruggevonden. Beiden worden tegenwoordig wel met Menes geïdentificeerd en gelden als de eigenlijke stichters van de 1ste dynastie. Het zijn echter niet de eerste koningen die we bij name kennen. Al vóór Narmer waren er heersers die aanspraak maakten op koninklijke status en wier namen in grote delen van het land zijn teruggevonden. Samen worden ze wel aangeduid als 'Dynastie 0'.
Op deze vaas staat de naam van Narmers directe voorganger. De naam wordt geschreven met het teken voor twee geheven armen. In het hiërogliefenschrift heeft dit teken de klankwaarde ka , wat 'levenskracht' of 'identiteit' betekent. Vermoedelijk heette die vorst dus koning Ka, al zijn er ook egyptologen die zijn naam anders lezen. Het schriftteken wordt namelijk soms ondersteboven geschreven en is dan te lezen als Sechen 'de Omarmer'. Dit soort leesproblemen kenmerkt deze vroegste hiëroglief en, die nog niet de later gebruikelijke vaste volgorde of oriëntatie vertonen. Het teken staat geschreven in een rechthoekig kader, met erboven een verticaal rasterpatroon. Dit is de zogenaamde serech, een aanduiding van het koninklijke paleis. De rechthoek geeft de plattegrond van het gebouw weer en het raster vormt een schematische aanduiding van de door nissen gelede buitengevels. Koning Ka was de eerste vorst die zijn naam in een serech schreef. Zijn opvolgers zouden de nissen steeds onderin de rechthoek tekenen.
Op de serech staat steeds de valk van de god Horus en we spreken dan ook van de Horusnaam. Horus was in deze periode de voornaamste god van het Egyptische pantheon en de koning gold als zijn incarnatie. De aanwezigheid van de koningsnaam maakt duidelijk dat deze pot onder koninklijk toezicht is gebruikt, opgeslagen of verhandeld. Dergelijke cilindrische vazen dienden voor de opslag van vet of olie. Ze zijn overal in Egypte bij duizenden aan het licht gekomen in de grafveld en van deze periode. Kennelijk was hun inhoud heel belangrijk in de economie van die tijd. Dat wordt ook duidelijk als we de andere schrifttekens bestuderen op de vaas van koning Ka.
De bloeiende bies geldt in het hiërogliefenschrift als de wapenplant van Opper-Egypte. Daaronder staan twee klanktekens, die samen gelezen kunnen worden als ip 'belasting en'. De betekenis van de 'streepjes-code' onder de serech is vermoedelijk een kwaliteitsaanduiding. Samen geven deze tekens aan dat olie van topkwaliteit aan de koning was geleverd als belastingafdracht uit het zuidelijke rijksdeel. Andere inschriften uit deze vroegste periode leren ons dat dergelijke belasting en iedere twee jaar werden geïnd. Dit systeem van tweejaarlijkse taxatie van het bezit vormde de basis voor de Egyptische jaartelling en voor de koninklijke annalen. Totaal kennen we van koning Ka zo'n vijfentwintig cilindervazen met dit opschrift, plus nog negen waarin afdracht van Neder-Egypte wordt genoemd. Dat betekent dat de koning zijn macht al over beide rijksdelen kon laten gelden. Deze claim wordt bevestigd door de vondst van potopschriften of zegelafdruk ken van Ka in de omgeving van Cairo (Tarchan en Helwan) en zeer recent ook in de oostelijke Nijldelta (de Nederlandse opgravingen van Tel Ibrahim Awad). De machtsbasis van de vorsten van 'Dynastie 0' lag echter in het zuiden. De graven van de vorsten liggen bij Abydos en daarmee in de nabijheid van hun traditionele hoofdstad This. Het graf van koning Ka is in 1900 door Petrie teruggevonden en in 1980 opnieuw door Duitse opgravers onderzocht. Het bestaat uit twee achter elkaar gelegen rechthoekige putten met wanden van kleisteen; elk meet zo'n 6 bij 3 meter en is 1,90 meter diep. Oorspronkelijk zal er een houten plafond over de grafkuilen gelegen hebben, en mogelijk daarop een eenvoudige bovenbouw van puin en zand. In een der putten is een aantal fragmenten gevonden van cilindervazen zoals het Leidse exemplaar. Ook dit stuk stamt daarom vermoedelijk uit het koningsgraf te Abydos.