Dit is een oefenpapyrus die op een schrijfschool werd gebruikt. Beide zijden zijn gebruikt, door meerdere leerlingen tegelijk. De papyrus werd telkens schoongeschrobd voor hergebruik. Een van de leerlingen maakt in een modelbrief melding van 'Apiroe' die de tempel van Ramses bouwen. Dat is wel eens gezien als verwijzing naar de bijbelse Hebreeën, maar daarvoor ontbreken verdere aanwijzingen.
De papyrus is gedateerd door de vermelding van Ramses II, wiens volledige titulatuur als schrijfoefening werd uitgevoerd. Twee leerlingen schreven op de papyrus ook een grote hoeveelheid magische spreuken tegen ziekte en voor de bereiding van medicijnen en amuletten. Daardoor kwam de rol uiteindelijk bij een wonderdokter terecht, en vandaar in de Leidse collectie.
19de dynastie (ca. 1250 v.Chr.), Sakkara, h. 18 cm
Papyrus was een duur schrijfmateriaal. Voor gewone doeleinden gebruikten de Egyptenaren liever afwasbare houten schrijfplanken, scherven aardewerk of kalksteensplinters (zogenaamde ostraka). Toch moesten leerling-schrijvers ervaring opdoen met het werken op papyrus, waarop ze later immers de kostbare overheidsakten moesten opmaken. Deze papyrusrol uit de Leidse collectie laat zien hoe zo'n schrijfoefening toeging.
Meerdere leerlingen uit één klas moesten samen een rol delen. Onder leiding van een ervaren ambtenaar maakten de leerlingen kennis met de verschillende soorten documenten die ze moesten leren beheersen. Naast hun dagelijkse kantoorwerk leerden de jongens rekenen, meetkunde en grammatica. Ze kregen lijsten gedicteerd met plaatsnamen, ambten en instellingen, maten en gewichten, mineralen, planten en dieren. Modelbrieven werden gevolgd door lessen in vreemde talen of instructie in het opstellen van rapporten. Om de leerlingen te motiveren, dicteerde de leraar een satirische tekst over de verschillende beroepen of levenslessen door de wijze mannen van het verleden. Wegens hun gemengde karakter staan zulke schoolpapyri in de egyptologie bekend als de miscellanies. De recto-zijde van deze papyrus vertoont nog sporen van administratieve teksten. Op het verso ging daarna een tweede leerling verder met het oefenen van zijn modelbrieven. Interessant is hierin de vermelding van de Apiroe die steen aanvoeren voor de grote pyloon van [de tempel] van Ramses-meryamon . Mogelijk komt de benaming Apiroe overeen met het bekendere 'Hebreeën' en gaat het hier om Palestijnse gastarbeiders of krijgsgevangenen die een tempel van Ramses II helpen bouwen. Aangezien de Bijbel vermeldt dat de Joden in Egypte bij bouwwerkzaamheden voor de farao werden ingeschakeld, heeft deze passage veel aandacht getrokken, zonder dat er overigens iets met zekerheid is te bewijzen.
Vervolgens hanteerde de leraar de spons en waste de administratieve teksten van de recto-zijde af om de papyrus opnieuw te kunnen gebruiken. Zo'n hergebruikte papyrus heet palimpsest en is gewoonlijk herkenbaar aan de grauwe kleur, veroorzaakt doordat resten inkt in de poriën van het schrijfblad zijn achtergebleven. In dit geval is de papyrus bovendien verlengd door er een stuk tussen te plakken, waardoor de modelbrieven op het verso door een blanco stuk gescheiden werden. Daarop leefden twee volgende leerlingen zich uit. Leerling nummer drie kalligrafeerde de volledige titulatuur van farao Ramses II (zie detail), waarmee de papyrus dus uitstekend gedateerd is:
19de dynastie (ca. 1250 v.Chr.), Sakkara, h. 18 cm
Horus 'Sterke stier geliefde van Maät', heer van jubilea zoals zijn vader Ptah-Tatenen, beschermer van Egypte (zoals) Rê, afstammeling der goden, grondvester der Beide Landen. Gouden Horus 'Rijk aan regeringsjaren, groot van overwinningen'. Koning van Opper- en Neder-Egypte, heer der Beide Landen. Wosermaätrê-setepenrê, hij leve, zij welvarend en gezond. Zoon van Rê, Ramses-meryamon, hij leve, zij welvarend en gezond, heer van kronen zoals Atoem.
De vierde leerling schreef het resterende stuk op het verso vol met magische teksten. Ook het recto werd door een vijfde leerling geheel gevuld met magische teksten in dertien kolommen. Het lijkt erop alsof de papyrus uiteindelijk in het archief van een professionele wonderdokter of magiër is beland, samen met twee andere handschriften met toverspreuken die zich nu ook in Leiden bevinden.
Deze papyri dienden als voorbeeldboeken om patiënten te behandelen tegen klachten als hoofdpijn, buikpijn, slangenbeten of steken van schorpioenen, of om vrouwen een voorspoedige bevalling te garanderen. Delen van de tekst konden op een apart stukje papyrus worden gekopieerd, dat om de hals van de patiënt werd gehangen of onder zijn hoofd gelegd. Daarnaast kon de magiër de spreuken oplezen over de patiënt. Meestal werd deze met het onschuldige Horuskind gelijkgesteld: dit verzekerde de hulp van de machtige godin Isis (Horus' moeder) bij de bestrijding van de demonen die de ziekte hadden veroorzaakt. Verwijzingen naar allerlei duistere mythologische verhalen moesten de identificatie kracht bijzetten. Tenslotte bevatten de spreuken instructies voor het bereiden van medicijnen en amuletten. Vaak bevatten de zogenaamde geneesmiddelen allerlei smerige substanties die de ziekteverwekkers op de vlucht moesten jagen, zoals kattenpoep, bloedsteen, geitenvet en honing. Ook de amuletten hebben gewoonlijk in de eerste plaats een kwaadafwerend karakter.
Een voorbeeld van een hoofdpijnspreuk luidt als volgt: Nog een toverspreuk voor het hoofd:Mijn hoofd, mijn hoofd! zegt Horus.Mijn migraine!, zegt Thot. Kom naar me toe, moeder Isis en tante Nephthys! Geef me jouw hoofd in plaats van mijn hoofd, mijn migraine!Kijk naar mij, jullie mannen daar! Luister naar mij, jullie goden daar! Het is slechts voor mijn zoon Horus dat mij gezegd is: Laat mij jouw hoofd worden gebracht in plaats van mijn hoofd. Ik heb draden uit de zoom van een stuk stof gehaald, waarin zeven knopen zijn gelegd, en deze aangebracht aan de linkervoet van NN, de zoon van NN. Want wat aan de onderste lichaamsdelen is aangebracht, dient de genezing van de bovenste lichaamsdelen. Ik heb gemarkeerd wie door de goden wordt gezocht!Deze spreuk moet worden opgelezen over draden uit de zoom van een stuk stof, waarin zeven knopen zijn gelegd en die aan de linkervoet van een man zijn aangebracht.
Kenmerkend is hier het getal zeven, dat in de Egyptische magie een grote rol speelt. Voor NN (letterlijk staat er in het Egyptisch 'een zekere') kon de naam van de patiënt ingevuld worden.