De Griekse heersers uit de dynastie van de Ptolemaeën probeerden in Egypte culturele integratie te bereiken door de invoering van nieuwe goden, bijvoorbeeld Serapis. In Alexandrië ging dat naar Grieks model, in het oude Sakkara werd aangesloten bij de Apis-cultus. Van een kluizenaar Ptolemaios uit het Serapeum van Sakkara is het archief met honderd boekrollen over, in cursief Grieks geschreven door zijn broer Apollonios. Een fragment toont een papyrus met een schrijfoefening. Een ander fragment bevat een vermakelijk volksverhaal over farao Nektanebo (360-343 v.Chr.). Het breekt middenin af, met een poppetje.
Ptolemaeëntijd (ca. 150 v.Chr.), Sakkara, h. 18 cm
Alexander de Grote werd in Egypte opgevolgd door zijn generaal Ptolemaios, die in 305 v.Chr. als Ptolemaios I de troon van de farao's zou bestijgen. Deze vorst was zich ervan bewust dat voor politieke stabiliteit de samenwerking van beide bevolkingsgroepen Grieken en Egyptenaren een eerste vereiste was. Een van de middelen om die samensmelting van totaal verschillende culturen te bewerkstelligen was de instelling van een nieuwe eredienst.
Rond 286 v.Chr. horen we voor het eerst van de god Serapis, die elementen van de Griekse Zeus en Hades en van de Egyptische Osirisen Apis in zich verenigde. In Alexandrië verrees een grote tempel voor deze rijksgod, geheel in Hellenistische stijl gebouwd. In de voormalige hoofdstad Memphis daarentegen knoopte de Serapisdienst aan bij de traditionele verering van de Apis-stier. Het Memphitische Serapeum was dan ook gelegen rondom de toegang tot de ondergrondse begraafplaats van de stieren, in de woestijn bij het huidige dorpje Sakkara. Hier had de cultus een Egyptisch karakter en ook het tempelpersoneel bestond grotendeels uit inheemse priesters. Toch verbleven er ook enkele Grieken in het heiligdom van Sakkara. Een van hen was Ptolemaios, de zoon van een Macedonische soldaat Glaukias.
Rond 1820 werd in Sakkara een archief van zo'n honderd boekrollen teruggevonden; tegenwoordig zijn deze over een groot aantal musea verspreid. Hieruit kunnen we een groot deel van Ptolemaios' leven reconstrueren. Hij was in 172 v.Chr. als een soort kluizenaar in het tempeltje van de godin Astarte komen wonen, dat ook op het terrein van het Serapeum stond. Hij leefde van wat pelgrims hem gaven in ruil voor de uitleg van hun dromen en kreeg bovendien van tijd tot tijd wat toegestopt door zijn familie. Deze woonde in Psichis bij de Fayoem, en het was Ptolemaios' jongste broer Apollonios die het contact verzorgde.
Apollonios was een leergierige knaap, die Ptolemaios vaak als klerk diende. Veel papyri in het archief dragen dan ook zijn karakteristieke handschrift. Uit zijn jongensjaren dateert een ontroerende schrijfoefening, waarbij de medeklinkers van het Griekse alfabet in keurige rijtjes zijn verbonden met de zeven bekende klinkers. Later verzamelde Apollonios literaire teksten.
Ptolemaeëntijd (ca. 150 v.Chr.), Sakkara, h. 9 cm
Een voorbeeld daarvan is het hier bovenaan afgebeelde handschrift met een historische vertelling over koning Nektanebo II van de 30ste dynastie (360-343 v.Chr.):
Jaar 16, (de nacht van) 21 op 22 Pharmoethi, volgens de god(delijke kalender) bij volle maan. Tijdens zijn verblijf in Memphis had koning Nektanebo een offer opgedragen en aan de goden gevraagd hem de toekomst te tonen. En in zijn droom verscheen hem een papyrusboot, roops geheten in het Egyptisch, die naar Memphis voer. Aan boord stond een grote troon en op die troon zat de roemrijke weldoenster van de veldvruchten en meesteres der goden Isis, en al de goden van Egypte stonden om haar heen, ter rechter- en ter linkerzijde van haar. Toen ging er één in het midden staan, wiens lengte hij schatte op 21 el en die in het Egyptisch Onoeris wordt genoemd maar in het Grieks Ares. Hij wierp zich op zijn buik en sprak als volgt: Kom mij te hulp, godin, u die van de goden de grootste macht hebt, die heerst over alles ter wereld en die het leven van alle goden bewaart! Isis, wees mij genadig en luister naar mij! Zoals U had bevolen, heb ik het land nauwlettend bewaakt, en tot op heden heb ik mijn uiterste best gedaan voor koning Nektanebo, maar sinds het moment dat hij door u in zijn functie is aangesteld, heeft hij mijn tempel verwaarloosd en zich tegen mijn bevelen verzet. Ik moet zelfs buiten mijn eigen tempel verblijven, want de (werkzaamheden) in het ('Huis van Sjoe' genaamde) allerheiligste zijn slechts half voltooid door de schuld van degene die de leiding heeft. Toen de meesteres der goden deze woorden had gehoord antwoordde zij niets.
Toen hij deze droom gezien had werd hij wakker: Onmiddellijk gaf hij bevel te schrijven naar Sebennytos in het binnenland om de hogepriester en de profeet van Onoeris (te ontbieden). Toen ze aan het hof waren aangekomen, vroeg de koning: Wat zijn de onvoltooide werkzaamheden in het 'Huis van Sjoe' genaamde allerheiligste? En zij zeiden: Alles is klaar behalve het uithakken van de hiërogliefen in reliëf op het metselwerk. Onmiddellijk beval hij naar alle voornaamste tempels van Egypte te schrijven om hun hiërogliefen-hakkers. Toen dezen overeenkomstig het bevel waren gekomen, vroeg de koning wie van hen het meest bedreven was, zodat hij de werkzaamheden die onvoltooid waren gebleven in het Huis van Sjoe genaamde allerheiligste vlug zou kunnen beëindigen. Op deze woorden kwam er een man naar voren uit de stad van Aphrodite, in de gouw van Aphroditopolis, een zekere Petisis, de zoon van Herieus, en zei dat hij alle werkzaamheden in enkele dagen zou kunnen afmaken De koning vroeg het ook nog aan de anderen, maar die zeiden dat hij de waarheid sprak en dat er helemaal niemand in het land zo goed was als hij.
Daarom droeg hij hem bovengenoemde werkzaamheden op, gaf hem een ruime beloning en drukte hem op het hart dat hij het werk in weinig dagen moest voltooien, zoals hij zelf had gezegd te zullen doen, volgens de wens van de god. Zo vertrok Petisis naar Sebennytos, na veel geld te hebben aangenomen. En omdat hij van nature een wijndrinker was, besloot hij het er eerst even van te nemen, alvorens aan het werkte gaan. Terwijl hij dan rondwandelde in de buurt ten zuiden van de tempel, zag hij toevallig Hathorsjepses, de dochter van (?), de mooiste vrouw die er in die tijd was...
En net als het spannend wordt breekt Apollonios af, tekent nog een poppetje en laat de rest van de papyrus blanco. De gebeurtenis van dit verhaal kan precies gedateerd worden in de nacht van 5 juli 343 v.Chr., een paar maanden voor een Perzische inval aan Nektanebo's bewind een einde maakte. Astronomisch is het uit te rekenen dat het inderdaad een nacht met volle maan was. Zo berust het verhaal ongetwijfeld op ware gebeurtenissen. De oorlogsgod Onoeris, vaak gelijk gesteld aan Sjoe, was de stadsgod van Sebennytos, waar de 30ste dynastie oorspronkelijk vandaan kwam. Zijn toorn belooft dus niet veel goeds voor de koning, en Petisis heeft de zaken ongetwijfeld nog erger gemaakt. Daarmee biedt dit volksverhaal een verklaring voor de nederlaag van de laatste inheemse farao.