printen     versturen    

Een graf uit Vulci

Dit is een zeldzame, gesloten grafvondst uit de Etruskische stad Vulci. 'Gesloten' wil zeggen dat de inhoud van het graf bij elkaar is gebleven. Daardoor kunnen alle voorwerpen en het graf zelf redelijk nauwkeurig worden gedateerd.

De sieraden en voorwerpen voor lichaamsverzorging wijzen op een graf van een vrouw. De amforen zijn geïmporteerd uit Athene. Opvallend is de kleinere buikamfoor. Het opschrift zegt dat deze is gemaakt door de Atheense pottenbakker Nikosthenes. Hij produceerde zijn amforen speciaal voor de Etruskische markt. De parfumflesjes met 'dikke buik' komen uit de kuststrook van Klein-Azië. De sober gedecoreerde schoteltjes en het brons zijn Etruskisch.

RMO
Vulci, 550-540 v. Chr.

Archeologisch materiaal dat bij elkaar gevonden wordt in één graftombe is voor de studie van het verleden van groot belang. Stukken waarvan de datering vast staat kunnen minder bekende objecten in hetzelfde graf van een (relatieve) datering voorzien. Verder is het interessant om vast te stellen welk materiaal werd meegegeven in de verschillende perioden van een bepaalde cultuur. Helaas zijn de meeste stukken door onwetenschappelijke of illegale opgravingspraktijken losgeraakt uit hun originele context en verspreid over verschillende museale en particuliere verzamelingen. Blijft de inhoud van een graf wel bijeen, dan spreken we van een 'gesloten grafvondst'. Een voorbeeld van een dergelijke vondst is de inhoud van graf nr. 148 uit de 'Osteria'-necropolis van de Etruskische stad Vulci.

Op 3 maart 1963 werd dit grafcomplex ontdekt. Het bestond uit een gang, een vestibule en een kamergraf van 1.90 m. x 1.34 m., waarin een skelet en vijftien objecten als bijgaven werden aangetroffen. De stukken zijn uit drie verschillende delen van het Middellandse-Zeegebied afkomstig: uit Athene stammen twee zwartfigurige amforen. Op de grootste buikamfoor is de wijngod Dionysos afgebeeld met zijn attribuut, de kantharos, in zijn hand. Hij wordt geflankeerd door twee vrouwen met mantels over het hoofd (het wit dat de gezichten en de handen markeerde is van het vaasoppervlak losgeraakt). Aan de buitenzijde rechts staat een oude man met baard. Links is een jongeman te zien. De datering van deze amfoor ligt tussen 550 en 540 v.Chr.

RMO
Vulci, 550-540 v. Chr., h. max. 32 cm

Het tweede Attische importstuk is een kleinere zwartfigurige buikamfoor. In de panelen op voor- en keerzijde zijn volgelingen van Dionysos uitgebeeld: een dansende maenade tussen twee opgewonden satyrs. Interessant is het Griekse opschrift tussen de figuren: NIKOSTHE[N]ES EPOI[E]SEN, 'Nikosthenes maakte [mij]'. De Attische pottenbakker Nikosthenes was goed op de hoogte van de exportmogelijkheden naar Etrurië. Een groot aantal door hem gesigneerde exemplaren zijn in Etrurië teruggevonden. Hij liet zich bij de keuze van zijn vaasvormen in sommige gevallen leiden door de Etruskische smaak en vormentaal, zo produceerde hij amforen met brede platte handvatten die van lip naar schouder lopen, een Etruskische vorm die veel in bucchero voorkomt en naar hem de 'Nikosthenische amfoor' is genoemd. De datering van het buikamfoortje uit Vulci ligt tussen 540 en 530 v.Chr.

Uit de kuststrook van Klein-Azië stammen twee buikige parfumflesjes met smalle voet en brede mond. Deze zogenaamde lydia dateren tussen 550 en 525 v.Chr.

Locale producten uit Etrurië zijn vijf schoteltjes met overhangende rand. De decoratie is eenvoudig: cirkels met rijen zwarte stippen. De stukken zijn rond 500-480 v.Chr. te dateren. Natuurlijk ontbreekt Etruskisch brons niet: een ronde spiegel met een bevestigingspunt voor een houten of benen handvat, het massieve handvat van een snavelkan (de kan zelf was van dunner brons en is verloren gegaan), twee armbanden, een nagelvijltje en een kokertje.

De spiegel, armbanden, nagelvijl en parfumflesjes geven aan dat het graf bestemd was voor een Etruskische dame. Zij was kennelijk gesteld op de twee Attische amforen, waarvan er een de naam van de populaire Nikosthenes draagt. Aangezien dit stuk na vervaardiging tussen de jaren 540-530 v.Chr. wel enige tijd in het bezit van de eigenaresse zal zijn geweest, kan het graf gedateerd worden in het eerste kwart van de 5e eeuw v.Chr.