Medaillons (phalerae) werden in de Romeinse keizertijd uitgereikt aan soldaten als militaire onderscheiding. Phalerae kunnen van glas, zilver of verzilverd brons zijn gemaakt. De glazen exemplaren zijn meestal kobaltblauw.
De phalerae zijn in twee laagjes gegoten en waren oorspronkelijk in brons gevat. Glazen medaillons zijn vooral in het noordwesten van het Romeinse rijk teruggevonden, in militaire posten langs de Rijn. Op de phalerae staan meestal portretten van leden van de keizerlijke familie, hoewel er ook koppen van goden op kunnen voorkomen. Het lichtblauwe exemplaar is daar een voorbeeld van, met een Medusa, terwijl op de kobaltblauwe phalera de buste van keizer Tiberius en twee prinsen staan. Beide stukken zijn waarschijnlijk in Italië gemaakt.
|
| Nijmegen, 14-37 na Chr., diam. 3,8 cm |
De glazen exemplaren zijn bijna altijd van kobaltblauwe kleur, met diameters van ca. 4 cm. Ze zijn gegoten in open vormen, in twee laagjes: ze laten aan de achterzijde meestal een dun laagje melkwit glas zien. De randen zijn na het gieten bijgewerkt. De glazen schijf was oorspronkelijk in brons gevat. Op de achterzijde van de bronzen vatting bevond zich een oog waarmee de phalera op een leren riem bevestigd kon worden. Te Windisch, het Romeinse Vindonissa (in Zwitserland) en in Rhein-Gönheim (Duitsland), zijn in een voormalig Romeinse legerkamp glazen phalerae teruggevonden met het grootste deel van de bronzen vatting er nog aan. Meestal is van de vatting echter niets over.
De meeste glazen phalerae tonen een of meer portretbustes. Nadere bestudering van de manier waarop het haar is weergegeven, heeft geleerd dat het hier steeds om portretbustes gaat van leden van de keizerlijke familie. Er zijn portretten teruggevonden van de keizers Tiberius, Caligula en Claudius, van Germanicus (de adoptiefzoon van Tiberius en vader van Caligula) en van Agrippina Maior (de vrouw van Germanicus en moeder van Caligula).
De kobaltblauwe phalera geeft de buste van Tiberius in pantser weer, omgeven door twee kleinere kopjes, waarschijnlijk de prinsen Germanicus en Drusus Minor (de zoon van Tiberius). De phalera is te dateren in de regeringsperiode van keizer Tiberius, dus tussen 14 en 37 na Chr. Hij stamt uit de verzameling Gildemeester en zou afkomstig zijn uit Nijmegen. Het is goed mogelijk dat hij inderdaad uit de Romeinse legerplaats te Nijmegen komt, gezien het feit dat de meeste andere glazen phalerae zijn gevonden in militaire forten uit de vroege keizertijd.
Vechten, 1ste eeuw na Chr., diam. 4 cm
Glazen phalerae stellen niet altijd leden van het keizerlijk huis voor. Er zijn ook afbeeldingen bekend van Medusa, Victoria en Hercules. De verspreiding van deze exemplaren is dezelfde: het noordwesten van het Romeinse Rijk, met een concentratie op de plaatsen van de voormalige forten langs de Rijn. Het lichtblauwe exemplaar stelt Medusa voor, met loshangend haar en twee slangen verstrengeld onder haar kin. De vervaardigingstechniek is dezelfde als bij de exemplaren uit de 'keizerlijke' serie. Het stuk is gegoten in een open vorm, in twee laagjes: het laat aan de achterzijde een laagje donkerblauw glas zien, de voorzijde is lichtblauw, ondoorzichtig. Het is gevonden in het voormalige Romeinse fort te Vechten (gem. Bunnik). Het wordt gedateerd in de 1ste eeuw na Chr. en is waarschijnlijk evenals het kobaltblauwe exemplaar in een atelier in Italië gemaakt.