printen     versturen    

Vormgeblazen flesjes

Het glasblazen met behulp van mallen, het 'vormblazen', ontstond rond 25 na Chr. in het Syrisch-Palestijnse gebied. Veel van het vroege vormggeblazen glas is tafelservies, voorzien van de naam van de maker of een opbeurende spreuk. Ennion was de bekendste glasblazer. Omdat hij in Sidon, het huidige Libanon, werkte wordt dergelijk vaatwerk wel 'Sidonisch glas' genoemd. Behalve tafelservies werden ook toiletartikelen in een vorm geblazen, zoals doosjes en parfum- en olieflesjes.

De twee melkwitte flesjes zijn geblazen in drie vormen. Het model heeft zes zijden, elk versierd met onder andere zuilen, vazen en dennenappels. Ook de onderkanten zijn gedecoreerd; de een met guirlandes en druiventrossen, de ander met een fries van tongen. De gekleurde flesjes hebben dezelfde decoratie en zijn daarom waarschijnlijk in dezelfde tweedelige vorm geblazen. Omdat ze twee oren hebben, worden ze ook wel amforen genoemd.

Syrië, 1ste eeuw na Chr., h. 7,2 en 7,3 cm
Syrië, 1ste eeuw na Chr., h. 7,2 en 7,3 cm

De meeste deskundigen zijn het erover eens dat de techniek van het blazen met behulp van mallen, kortweg vormblazen genoemd, evenals de techniek van het blazen zelf, ontstaan is in het Syrisch-Palestijnse gebied. Terwijl de uitvinding van het glasblazen waarschijnlijk plaatsvond in de 2de helft van de 1ste eeuw v.Chr., wordt het gebruik van vormen of mallen beschouwd als een iets jongere ontwikkeling, voor het eerst toegepast rond 25 na Chr.

Veel van het vroege vormgeblazen glas is fijn tafelservies, vaak met de naam van de glasblazer of met Griekse spreuken, die meestal worden uitgelegd als aanmoedigingen om feest te vieren. Een van de gebruikte spreuken luidt bijvoorbeeld: KATAXAIPE KAI EYPAINOY: Jubel en wees vrolijk. Een zeer befaamde naam is Ennion, maar ook de namen Jason, Aristeas en Meges komen als signaturen op vormgeblazen glas uit de 1ste eeuw na Chr. voor. Men neemt aan dat de bekendste kunstenaar van het vormgeblazen glas, Ennion, werkzaam was in Sidon, aan de kust van het huidige Libanon. Vandaar dat dergelijk vaatwerk vaak 'Sidonisch glas' genoemd wordt.

Behalve voor tafelservies is het vormblazen veel toegepast voor decoratieve toiletartikelen, zoals doosjes (pyxides met een Grieks woord), en kleine parfum- en olieflesjes. Van deze laatste categorie zijn deze exemplaren goede voorbeelden, alle uit de 1ste eeuw na Chr.

RMO
1ste eeuw na Chr., h. 7,7 en 8,2 cm

De twee melkwitte flesjes zijn geblazen in driedelige vormen. De voegnaden zijn goed weggewerkt en slechts hier en daar vaag zichtbaar. De hals is vrij uitgeblazen. Het model heeft zes zijden, op elke zijde is een decoratief element te zien, omsloten door zuiltjes. Bij het ene flesje zijn als decoratief element zes verschillende vazen gebruikt, bij het andere afwisselend twee vazen en een denneappelachtige versiering, dus in totaal vier, overigens verschillende, vazen en twee, identieke, denneappelachtige elementen. Aan de onderkant is bij het ene flesje een fries van guirlandes en druiventrossen te zien en bij het andere een fries van tongen. Aan de bovenkant zijn bij beide driehoekige versieringsmotiefjes met de punt naar boven gericht te zien, omsloten door lunetten.

Een van de flesjes is aangekocht te Smyrna en zou zijn gevonden te Phocea, de noordelijkste van de Ionische steden langs de kust van Klein-Azië. Het andere is afkomstig uit de collectie Van der Meulen. Hoewel de herkomst van het stuk niet bekend is, ligt het voor de hand aan te nemen dat het uit het oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied afkomstig is.

De beide gekleurde flesjes hebben een identieke decoratie en moeten daarom waarschijnlijk in dezelfde tweedelige vorm zijn geblazen. De naden zijn goed zichtbaar. De oren zijn naderhand apart aangezet en de hals is vrij uitgeblazen. Vanwege het feit dat deze flesjes twee oren hebben, worden ze ook wel amforen genoemd. De stukken hebben beide behoord tot de verzameling Bachstitz en zouden afkomstig zijn uit Syrië.