printen     versturen    

Glas uit een Heerlens damesgraf

Deze flesjes in de vorm van druiventrossen komen uit een graf op een begraafplaats uit de Romeinse tijd langs een uitvalsweg van Heerlen. Druiventrosflesjes zijn zeldzaam. In de belangrijke Romeinse stad Keulen ontstond in de 1ste eeuw na Chr. een bloeiende glasindustrie en het is mogelijk dat deze duiventrosflesjes daar zijn geblazen.

In hetzelfde graf werd de vrijgeblazen drinkbeker met witte glasdraadversiering gevonden, samen met nog verschillende glazen parfumflesjes en enige bronzen voorwerpen. Waarschijnlijk was het graf van een vrouw die overleed in de 2de eeuw na Chr.

RMO 

Deze flesjes in de vorm van druiventrossen zijn teruggevonden op Nederlandse bodem. Ze behoren tot de inhoud van een zandstenen grafkist die tevoorschijn is gekomen op een voormalige Romeinse begraafplaats langs een van de uitvalswegen van Heerlen. Heerlen was in de Romeinse tijd een belangrijke nederzetting, zoals blijkt uit de aanwezigheid van een groot thermencomplex (een Romeins badhuis), waarvan de fundamenten zijn blootgelegd. Maar ook talloze kostbare grafgiften, zoals deze beide flesjes, wijzen op de bloeitijd die Heerlen, dat in de Romeinse tijd Coriovallum heette, doormaakte.

De druiventrossen zijn geblazen met behulp van dezelfde tweedelige vorm. De voegnaden zijn goed zichtbaar. De halzen zijn vrij uitgeblazen en de oren zijn apart aangezet. Op deze beide punten verschillen de flesjes dan ook iets in vorm en grootte. De druiventrossen zijn identiek.

Vergelijkbare druiventrosflesjes zijn bekend uit het Rijnland, o.a. uit Keulen en Trier, en uit Gallië. Ze worden meestal in de 2de eeuw na Chr. gedateerd.

Deze beide druiventrosflesjes zijn afkomstig uit een gesloten grafvondst, tezamen met andere voorwerpen die alle uit de Romeinse tijd dateren.

RMO 

De vrijgeblazen drinkbeker met ingesmolten witte glasdraadversiering behoort ook tot de inhoud van de kist. Deze beker is eerste eeuws, maar zou goed een erfstuk kunnen zijn dat pas lange tijd na het tijdstip van vervaardiging in de grond is gestopt.

De overige vondsten uit de grafkist zijn niet in strijd met een tweede eeuwse datering. Het zijn: een klein cylindervormig flesje en een klein potje van dik ondoorzichtig, bontgekleurd vrijgeblazen glas, twee unguentaria (parfumflesjes) van ontkleurd glas, een vierkante, in een vormgeblazen, glazen fles met op de bodem de letters CGPC en voorts een uniek gouden parfumflesje en enige bronzen voorwerpen, o.a. een spatel en een hengsel van een houten kistje. In het midden van de kist waren de crematieresten neergelegd. Onderzoek van de resten heeft aangetoond dat het de stoffelijke overblijfselen van een vrouw betreft. Hier wijzen de typisch vrouwelijke grafgiften trouwens ook duidelijk op.

Vierkante flessen met het bodemmerk CGPC en unguentaria van ontkleurd glas zijn vanaf de 2de eeuw na Chr. in glasateliers te Keulen vervaardigd. Hoewel het hier vormen betreft die zeer wijd verbreid voorkomen, is het toch goed mogelijk dat deze exemplaren in Keulse ateliers zijn gemaakt.

Moeilijk te plaatsen zijn het kleine potje en het flesje van ondoorzichtig, bontgekleurd glas. Gezien het feit dat bontgekleurd glas kenmerkend is voor de 1ste eeuw na Chr. lijken beide stukken chronologisch eerder aan te sluiten bij de beker met witte glasdraadversiering dan bij de overige vondsten.

Het sterkste argument voor datering van de begraving in de 2de eeuw na Chr. zijn enige olielampjes van aardewerk die op de resten van de brandstapel naast de kist zijn opgegraven en die van een type zijn dat te dateren is na 100 na Chr.