printen     versturen    

Karolingisch aardewerk

In het Rijnland bestonden in de Vroege Middeleeuwen belangrijke productiecentra van aardewerk dat op een draaischijf werd vervaardigd. In onze eigen streken werd ook nog aardewerk met de hand gemaakt, zoals deze kogelpot. Het aardewerk dat op een draaischijf vervaardigd is, kent vele vormen: van smalmondige potten tot amforen en van bolle potten tot schalen en kommen.

Dit zijn drie soorten geïmporteerd keramiek: links een 'Badorf-tuitpot' met karakteristieke radstempelversiering, rechts een gepolijste 'Tatinger kan' en achteraan een 'reliëfbandamfoor'. In het belangrijke productiecentrum Badorf werden witte en gele potten gemaakt, soms met radstempelversiering of rode strepen. In Tating werd voor het eerst een exemplaar van de zeldzame zwartgepolijst keramiek gevonden.


rmo
750-850, Dorestad en Tiel, h. tuitkan links 30 cm

Dit zijn drie soorten aardewerk dat in de Vroege Middeleeuwen vanuit het Rijnland werd geïmporteerd. Links een Badorf-tuitpot, rechts een Tatinger kan en op de achtergrond een reliëfbandamfoor. De Badorfpot is voorzien van een kenmerkende radstempelversiering. De Tatinger kan heeft een donkerzwart gepolijst oppervlak. Al deze keramiek werd op een draaischijf vervaardigd en in de Karolingische tijd vanuit het Rijnland naar de Lage Landen verhandeld. Vooral in de omgeving van Keulen (Badorf) en Koblenz (Mayen) waren belangrijke centra voor de aardewerkindustrie. Uiteraard werd er in onze streken zelf ook aardewerk vervaardigd, maar dit werd met de hand gemaakt.

Een veel voorkomende vorm in dit uit de hand gemaakte aardewerk is de kogelpot. Een voorbeeld hiervan is deze kogelpot uit Westerembden. De soorten keramiek en onderlinge verhoudingen waarin ze in een nederzetting worden aangetroffen leveren aanwijzingen voor de aard van de nederzetting en voor haar handelscontacten. Dat Dorestad bijvoorbeeld een belangrijke handelsnederzetting is geweest, blijkt uit het feit dat ruim 80 procent van het aardewerk geïmporteerd is en allemaal op een draaischijf vervaardigd. De resterende 20 procent is handgemaakt. Dat zou kunnen betekenen dat dat aardewerk een inheems product is, maar dat is in dit geval nog maar helemaal de vraag. Zo komen er in Dorestad met schelpgruis gemagerde kogelpotten voor, die vooral uit Noord-Nederland en Noordwest-Duitsland bekend zijn. Mogelijk zijn deze producten ook voor een deel geïmporteerd.

rmo
Westerembden

Het aardewerk dat op een draaischijf vervaardigd werd bezit een grote vormenrijkdom. Zo kennen we smalmondige potten, bolle potten met een lensvormige bodem en biconische en 'steile' potten. Verder zijn er kommen, schalen, kannen, veldflessen en amforen. Driekwart van het gedraaide aardewerk uit Dorestad is afkomstig uit de productiecentra van Badorf. Dit aardewerk is gemaakt van een fijn gemagerde klei, dat zowel wit, geel als rose bakt. Vanaf de 9de eeuw brengt men soms naast de radstempelversiering ook rode verfstrepen aan op het aardewerk. In zekere zin toont dit aardewerk de overgang van het Badorf-aardewerk naar het latere Pingsdorf-aardewerk.

De Tatinger kannen zijn genoemd naar het plaatsje Tating in Sleeswijk-Holstein, waar voor het eerst een exemplaar van deze soort is opgemerkt. Deze zwarte, gladgepolijste kannen zijn vaak voorzien van kruismotieven, die opgevuld kunnen zijn met tinfolie. Aan dergelijke voorwerpen wordt dan ook wel een kerkelijke functie toegeschreven: uit zo'n kan zou bijvoorbeeld de miswijn kunnen zijn geschonken. Tatinger kannen zijn vanaf de tweede helft van de 8ste eeuw vervaardigd. Ze zijn buitengewoon schaars: ongeveer 1 procent van het gedraaide aardewerk uit Dorestad behoort tot deze soort. Het gaat hier om een luxe- of statusproduct, dat mogelijk alleen bestemd was voor de geestelijkheid of welgestelden.