De tempel was vermoedelijk gewijd aan de godin Isis en dateert uit de regeringsperiode van keizer Augustus (27 v.Chr.-14 na Chr.). Toen Egypte deel uitmaakte van het Romeinse Rijk was de Egyptische godsdienst bij de Romeinen zeer populair. De god Osiris die koning was van het dodenrijk, zijn vrouw Isis en hun zoon Horus werden tot in de verste hoeken van het Romeinse Rijk vereerd. Bij het fort Taphis stonden twee tempels. Eén daarvan staat sinds 1979 in de speciaal daarvor gebouwde centrale hal van het museum. De tempel is een van de vier Nubische tempels die door Egypte werden geschonken aan landen die zich het meest hadden onderscheiden tjidens de door UNESCO gecoördineerde reddingscampagne die noodzakelijk werd door de bouw van de Aswan-dam in de jaren zestig.
De tempel die nu in het Leidse museum is te zien, stond op de vlakte van Taffeh. Het behoud van deze 2000 jaar oude tempel is te danken aan de hoge ligging van het gebouw en aan het feit dat de Nubische bevolking de tempel gebruikte als woning en als veestal. De tempel stond in het noordelijke deel van de vlakte, dichtbij de oever van de Nijl. De voorkant stond op het zuiden. Uit archeologisch onderzoek bij de ontmanteling van de tempel, in 1960, bleek dat de tempel op een fundament van 2,6 meter hoog was gebouwd. Daardoor moet het gebouw ook in het verleden al hoog boven de stad Taphis uitgetorend hebben.
|
| De tempel uit Taffeh in het Rijksmuseum van Oudheden. |
Aan de oever van de Nijl lag ter hoogte van de tempel een kademuur met een stenen trap. Op de wanden van deze trap bevond zich aan het eind van de negentiende eeuw nog de Nijlmeter, waarmee de waterstanden en de Nijloverstroming konden worden uitgerekend.
De tempel werd na de Romeinse verovering van Beneden-Nubië gebouwd, vermoedelijk nog onder de regering van keizer Augustus (27v.Chr.-14 na Chr.). De bouwstenen arriveerden ruw afgewerkt uit de steengroeven, werden op de bouwplaats bijgehakt, vervolgens met behulp van een dunne kleiachtige pap op hun plaats geschoven of direct 'koud op elkaar' gestapeld en pas daarna aan de zichtbare zijden glad gemaakt. De muren van de tempel uit Taffeh bestaan uit twaalf lagen, inclusief de daklijst. De vers gehakte zandsteenblokken waren wit, maar in de loop van de tijd hebben zij een bruin-grijze kleur gekregen.
De stijl van de tempel is de traditioneel-Egyptische stijl, waarin ook de Griekse en Romeinse voorgangers van Keizer Augustus lieten bouwen: zes zuilen met kapitelen dragen het dak. De façade, niet de originele uit de eerste eeuw, is versierd met gevleugelde zonnenschijven en cobra's. In de vierde eeuw na Christus zijn er veranderingen aangebracht, en later in de achtste eeuw nogmaals. In 710 werd de tempel in gebruik genomen als christelijke kerk. In de dertiende eeuw, toen Nubië vrijwel geheel islamitisch was, verloor de tempel zijn functie als godshuis en werd het gebouw gebruikt als onderkomen voor mens en dier.