printen     versturen    

Saksische ribbelurn

Deze Saksische aardewerken urn is een zogenaamde ribbelurn. Hij is afkomstig uit Groningen en dateert uit de laat-Romeinse tijd / Vroege Middeleeuwen. In de urn waren crematieresten begraven.

RMO
Loppersum (Groningen), 350-450 na Chr., h. 17,5 cm

In Jutland en Noord-Duitsland woonden vanaf de Romeinse tijd de Angelen en de Saksen. Deze Germaanse stammen hebben zich tijdens de Volksverhuizingstijd langs de Noordzeekust naar het zuidwesten verplaatst en zijn voor een groot deel overgestoken naar Engeland. Het aardewerk dat deze mensen vervaardigden, is uit de hand gevormd en is aan beide zijden van de Noordzee teruggevonden. De meeste potten zijn als urnen in grafvelden in gebruik geweest. Dat geldt ook voor de afgebeelde ribbelurn met stempelindrukken uit Loppersum (Groningen).

Deze urn dateert uit de periode 350-450 na Chr. Zoals bij veel Saksisch aardewerk is de pot glimmend zwart gepolijst, heeft het een plastische versiering op de wand en zijn er versieringen door middel van stempels aangebracht. Het Saksische aardewerk is heel herkenbaar en is daardoor redelijk goed te dateren. De vormen kunnen bol of wijdmondig zijn, terwijl ook standvoetjes voorkomen. Soms zijn de potten zo overladen met plastische versieringen, dat de vorm daardoor sterk uitdijt. De ribben die op de urn uit Loppersum aangebracht zijn, lijken ontleend te zijn aan glazen en metalen voorbeelden, of aan laat-Romeins reliëfaardewerk.

De urn van Loppersum weerspiegelt de Saksische traditie van dodenbestel en de culturele contacten tussen Noord-Nederland en bevolkingsgroepen in Noordwest-Duitsland. Het verbranden van lijken, dat vanaf de late prehistorie plaatsvond en waarbij de crematieresten in een urn werden bijgezet, kwam tot in de Vroege Middeleeuwen voor. Overigens was dat niet de enige wijze van dodenbestel. De doden werden ook begraven. Door de introductie van het christendom werd de heidense gewoonte van het cremeren uiteindelijk opgegeven. Dit had te maken met het feit dat de christenen geloofden dat hun lichaam intact moest blijven voor de wederopstanding bij de terugkomst van Christus op aarde. Pas in de 20ste eeuw is het cremeren teruggekeerd in West-Europa.