printen     versturen    

Sarcofaag van Wahibreėmachet

In de Saļtische periode kwamen in Egypte de grote stenen sarcofagen weer terug in gebruik. Deze basalten sarcofaag heeft behoord aan Wahibreėmachet, een man uit een Griekse immigrantenfamilie.

RMO
Sakkara (?), 26ste dynastie (ca. 600-525 v.Chr.), l. 230 cm

De massieve basalten sarcofaag van Wahibreėmachet is een typische uiting van de Saļtische renaissance. Stenen sarcofagen waren aan het eind van het Nieuwe Rijk geheel in onbruik geraakt; zelfs de koningen van de Derde Tussenperiode behielpen zich meestal met geüsurpeerde exemplaren uit voorgaande perioden. Onder de Saļtische koningen vinden we echter een hernieuwde productie van enorme granieten of basalten lijkkisten. Ze zijn duidelijk geļnspireerd op voorbeelden uit het Nieuwe Rijk, al is de gedrongen vormgeving met brede platte gezichten, omsloten door zware pruiken, in feite vrij plomp. Zeer verfijnd is daarentegen de decoratie, die in deze harde materialen een bijna metaalachtige perfectie wist te bereiken.

Wahibreėmachet is vernoemd naar de Saļtische farao Apriės (589-570 v.Chr.); de naam van zijn ouders wordt gegeven als Arkskares en Sentiti, waarin men de Griekse namen Alexikles en Zenodote heeft herkend. Deze sarcofaag zal dus hebben toebehoord aan de zoon van een Griekse immigrantenfamilie. De 26ste dynastie onderhield veel contact met een aantal Griekse steden; veel Grieken namen als huurling dienst in de Egyptische legers of hoopten als koopman fortuin te maken in de hoofdstad Memphis (waar een hele Griekse wijk ontstond) of in de speciale vrijhaven Naukratis in de Delta.

Toch verraadt Wahibreėmachets kist niets van deze Griekse afkomst. De decoratie is door en door Egyptisch met zijn godenbaard en strengenpruik, de hemelgodin Noet op de borst, en de Horuszonen en andere goden en demonen daaronder. De sarcofaag komt waarschijnlijk uit Gizeh of Sakkara, waar in deze tijd schachtgraven van tientallen meters diepte werden aangelegd. Hij zal een houten binnenkist (vgl. Mummiekist van Peftjaoeneith) hebben bevat, met daarin weer de mummie, die in deze tijd vaak van rijke juwelen en amuletten werd voorzien. Daarvan is echter in dit geval niets overgebleven; wel kennen we shabtis van Wahibreėmachet.