printen     versturen    

Olpè van de Micali-schilder

De Etrusken hebben veel aardewerk geïmporteerd uit Griekenland, aanvankelijk uit Korinthe en daarna uit Athene. Maar op een gegeven moment begonnen de Etrusken het Griekse aardewerk ook zelf te imiteren. Deze olpè (wijnkan) is daar een voorbeeld van.

RMO
Vulci (Italië), 520-500 v.Chr., h. 24 cm

De Micali-schilder is genoemd naar Giuseppe Micali, een 19de-eeuwse oudheidkundige, die als eerste enkele vazen uit deze groep publiceerde. De Micali-schilder was in Vulci actief tussen 530 en 500 v.Chr. Hij toont in zijn repertoire slechts weinig invloed van de Attische vaasschilderkunst en is hierdoor 'Etruskischer' dan zijn generatiegenoten.

In Leiden is één stuk van zijn hand aanwezig: een wijnkan met ronde mond (ca. 520-500 v.Chr.). De decoratie in een paneel aan de voorzijde toont een optocht: drie gewapende mannen die naar links lopen. De voorste en achterste krijger zijn in volle wapenrusting: zij dragen ronde schilden, helmen met kam, scheenplaten en lansen. De middelste man is naakt. Wel draagt hij een lans, een pijlkoker en op zijn hoofd een hoed met een puntig uitsteeksel (de apex). Met zijn hand maakt hij een gebaar, misschien ter begeleiding van gezang of een toespraak.

RMO

De apex gold in Etrurië (en later ook in Rome) als rangaanduiding voor priesters of andere hoogwaardigheidsbekleders. Bij Murlo, in de omgeving van Siena, is een groot vierkant gebouw opgegraven met als bekroning van het dak tenminste twaalf levensgrote zittende terracottafiguren: de helft heeft als hoofddeksel een helm, de andere helft een ronde hoed, bekroond door een apex. Dit is dezelfde combinatie van krijgers en priesters als op deze wijnkan. De betekenis van de afbeelding is niet geheel duidelijk. Te denken valt aan een ritueel voor of na de strijd, of aan een scène tijdens de lijkspelen voor een overleden krijger.