In het oude Egypte had make-up meer betekenissen dan wij er tegenwoordig aan geven. Voor de Egyptenaren was het niet alleen een middel om hun schoonheid te versterken, maar ook een bescherming tegen het warme klimaat en een geneesmiddel. Geuren en kleuren waren voor hen heel belangrijk. De producten die wij nu gebruiken, waren voor hen op een andere manier bekend.
|
Kohl-set en een eendenbakje. De vier buisjes van de kohl-set dragen opschriften: 'mascara voor elke dag', 'tegen scheelheid', 'tegen tranende ogen' en 'om beter te zien'.
|
Net zoals wij, wasten de Egyptenaren zich eerst voor zij make-up gebruikten. Ze baadden in water en wasten zich met natron (een soort soda). Ze schuurden hun lichaam met zand, om dode huidcellen te verwijderen. Omdat dit proces hun huid uitdroogde, smeerden ze zich helemaal in met olie. Tegelijkertijd beschermde de olie tegen de zon. Door bepaalde geneeskrachtige kruiden toe te voegen werkte de olie ook als geneesmiddel. Voor het gezicht hadden ze een speciale crème, gemaakt van plantaardige olie en dierlijke vetten (rund of gans) vermengd met poederkalk, die wat zachter voor de huid was. Geparfumeerde olie werd van verschillende planten, kruiden, bloemen en bomen verkregen. Egyptenaren gebruikten o.a. kardemom, kaneel, henna, munt, dille, lelies en rozen. De pistacheboom, de pijnboom en andere coniferen leverden harsen. Ook werd olie geperst uit amandelen, castorbessen, olijven en sesamzaad. Moringa- en balanites- olie, verkregen uit bomen, waren zeer geschikt voor het maken van parfum: deze olies waren wat zachter en hadden een natuurlijke zoete geur. De Egyptenaren importeerden veel van deze grondstoffen, maar ze gebruikten ook inheemse soorten.
Parfum kon op drie verschillende manieren gemaakt worden; door enfleurage (planten en specerijen in olie dopen), maceratie (gemalen planten en specerijen toevoegen aan hete olie) en persing (planten uitwringen in een zak van textiel door de uiteinden op te draaien). Tegenwoordig wordt parfum gemaakt door destillatie, maar dit werd pas ontdekt in de 4e eeuw v.Chr. Parfum werd gemaakt met meerdere planten en specerijen door elkaar, om zoveel mogelijk geuren in één product te krijgen. Veel van deze informatie halen we uit graven en tempels, waar deze productiemethodes staan afgebeeld of beschreven. Hars was ook een belangrijk geurmiddel. In het Nieuwe Rijk (rond 1550-1100 v. Chr.) zijn veel afbeeldingen bekend van zogenaamde parfumkegels, die vrouwen en mannen op het hoofd droegen tijdens feestelijke gelegenheden. De parfumkegels bestonden uit hard vet, aangemaakt met allerlei kruiden en bloemen. Tijdens de festiviteiten, naarmate de temperatuur toenam, smolt de kegel en verspreidde het geurende vet zich over het haar en de rest van het lichaam.
|
Leistenen make-upschaaltjes in de vorm van een lotusbloem, een vis en een make-uppalet in de vorm van een gans.
|
Make-up gebruikte men ook voor meerdere doeleinden. Niet alleen uiterlijke versiering was belangrijk, maar ook bescherming tegen de elementen van buitenaf, zoals de schittering van de zon of stof van zandstormen. Oogklachten die hierdoor veroorzaakt werden, konden verholpen worden door geneeskrachtige middelen toe te voegen aan de oogschaduw die werd opgebracht. Zowel vrouwen als mannen gebruikten het. Eerst was groen de modekleur die van koperoxide (malachiet) werd gemaakt. Op leisteen paletten werd dat mineraal fijn gemalen, waarna het met water, vet en hars vermengd werd tot een smeerbaar mengsel. Later kwam hier zwarte looderts (galena of kohl) bij. De oogschaduw werd aanvankelijk aangebracht in een band vanaf de wenkbrauwen tot over de slapen. Later beperkte zich dit tot de oogleden die langgerekter werden gemaakt. Ook de wimpers en wenkbrauwen werden met kohl opgemaakt. De oogverf werd bewaard in kleine potjes, of in holle rietstengels die ook wel werden nagemaakt in faience, glas of hout. Deze kohl-buisjes werden soms gecombineerd tot meerdere. Een potje in de collectie van het RMO bevat vier buisjes, elk met een ander opschrift. Deze laten de verschillende functies duidelijk zien: mascara voor elke dag, tegen scheelheid, tegen tranende ogen en om beter te zien. De stift, die diende voor het aanbrengen van de oogschaduw, zit in een zijholte. De kokertjes waren afgesloten met een gemeenschappelijk deksel dat om een pin draaide. Voor de lippen en wangen werd vermalen rode oker gebruikt, vermengd met vet of gomhars. Het werd aangebracht met een stift (lippen) of met een linnen doekje of tampon (wangen). Door de stiften kon de make-up nauwkeuriger aangebracht worden en werd de versiering mooier en efficiënter.
Rijksmuseum van Oudheden