Het woord 'holbewoner' wordt tegenwoordig niet meer gebruikt door archeologen. Zij hebben het liever over 'prehistorische mensen'. Want eigenlijk woonden de meeste mensen in de prehistorie niet in holen of grotten. Zeker niet in het gebied van Nederland: daar waren niet eens grotten.
De prehistorische jagers/verzamelaars trokken rond en sliepen in tijdelijke kampen. Archeologen hebben de sporen van die kampen in de grond teruggevonden. Maar niet alles bleef bewaard: harde voorwerpen, zoals botten en stenen werktuigen, zijn bewaard gebleven. Zachte dingen zijn vergaan. Dus ook de bedden waarop ze sliepen. Echte bedden zulllen dat niet geweest zijn. De jagers/verzamelaars trokken immers rond en konden niet meer spullen meenemen dan ze zelf konden dragen. Want lastdieren en wagens hadden ze nog niet. We denken dat ze wat gras of varens plukten, om daar een zacht bedje van te maken. Of misschien lagen ze op dierenvellen. Die dierenvellen hebben ze waarschijnlijk ook als deken gebruikt, om lekker warm te blijven.
Pas toen de mensen overgingen op landbouw en echte boerderijen bouwden, waar ze lange tijd konden wonen, gingen ze echte bedden bouwen. De eerste bedden waren houten slaapbanken bedekt met stro.
Meer over de prehistorische mensen in Nederland lees je in het volgende artikel: Inleiding Nederlandse prehistorie
Rijksmuseum van Oudheden