| objectnummer | 1074-3 |
| objectnaam | masker |
| datering | 1800 / 1900 |
| materiaal | hout |
| afmetingen | H 17.1 cm |
| verwerving | 1895 INSUL aankoop |
| geografische herkomst | Cirebon |
| culturele herkomst | Javaans |
Een bijzondere vorm van wayang-voorstellingen is de wayang topeng waarbij dansers met maskers voor de verhalen van voornamelijk de wayang gedok uitbeelden. Deze verhalen zijn gebaseerd op de Panji-legenden die in de vijftiende eeuw op Oost-Java ontstonden. Aangenomen wordt dat dit gemaskerde dansspel een oorspronkelijk Javaanse ontwikkeling is. De Midden-Javaanse maskerdans, zoals wij die nu kennen, kwam tot ontwikkeling in de zestiende eeuw, naar men aanneemt onder invloed van Sunan Kalijaga, een prins van een kuststaatje. Deze Sunan werd vereerd als een van de zeven wali, de apostelen van de islam, die volgens de overlevering wonderen verrichtten.
Aanvankelijk bestonden er negen verschillende typen maskers, maar dit aantal breidde zich in de loop der tijden uit tot ongeveer tachtig. Deze maskers, topeng, zijn uit een lichte, zachte houtsoort gesneden. Het gezicht, het haar en het hoofddeksel zijn geschilderd in de bij het uitgebeelde karakter behorende voorgeschreven kleuren. Aan de binnenzijde van oudere maskers is een stuk rotan of een reepje leer aangebracht, dat door de danser tussen de tanden wordt geklemd zodat het masker zijn gezicht blijft bedekken. Bij nieuwere typen zijn de twee randen van het halfronde, uitgeholde masker verbonden met een stukje touw dat om het hoofd wordt getrokken en zo het masker op zijn plaats houdt. De maskers zijn rond, eivormig of - in Midden-Java - driehoekig van vorm.
Het door de dansers uitgebeelde verhaal wordt gereciteerd door de dalang, de spelleider, onder muzikale begeleiding van een gamelanorkest. Het hier afgebeelde masker stelt Dewi Candra Kirana, bijgenaamd Sekartaji, voor. Zij is een prinses van Kediri, dochter van Prabu Lembu Amijaya en de gemalin van Raden Panji. Zij wordt in het bijzonder vereerd als een manifestatie van Dewi Shri, de godin van de rijst. Dat we met een oud masker te maken hebben, is onder meer te zien aan de hoge kwaliteit van het snijwerk: de wenkbrauwen, haarkrullen en ornamenten zijn in hoogreliëf gesneden. Bij recentere maskers is dit veel vlakker uitgevoerd. De fraaie modellering van het gezicht gecombineerd met het zorgvuldige, in de loop der tijden helaas wat beschadigde schilderwerk, maken dit masker tot een zeer geslaagd voorbeeld van de Midden-Javaanse snijkunst van de negentiende eeuw.