| objectnummer | 1092-48 |
| objectnaam | halssnoer, mandarijnsnoer |
| datering | 1886-1890 |
| materiaal | hout; jade |
| afmetingen | L 90 cm ; H 2.5 cm |
| verwerving | 1896 CHINA aankoop |
| geografische herkomst | China; Xiamen |
| culturele herkomst | Chinees |
Mandarijnensnoeren of hofkettingen werden door hoge ambtenaren gedragen bij ceremoniële gelegenheden. Naar de aard van de gelegenheid en de rang van de drager - of draagster - werd de steensoort van de kralen aangepast. Deze ketting heeft verschillende kralen: de bruine zijn van hout, de roze en donkergroene van glas, de heldergroene kralen en de grote platte hanger zijn van jade.
De 'hofkralen' (chaozu) zijn verwant aan de rozenkrans die boeddhistische monniken om de hals dragen. Het snoer telt 108 kralen in vier groepen van 26, gescheiden door vier grotere stenen. De kraal die midden op de borst hangt, wordt 'Boeddha's hoofd' genoemd. Aan de tegenoverliggende grote kraal in de nek is een lint bevestigd met een medaillon dat afhangt op de rug. Het eind van het lint is afgewerkt met een peervormige kraal: 'Boeddha's mond'. Aan de hofketting hangen drie kortere strengen van elk tien kralen. Het zijn snoertjes 'ter herinnering', jinian. Ze worden ook wel 'santai' genoemd, de Chinese naam voor een constellatie van drie sterren in de Grote Beer. In de oudheid symboliseerden die de drie hoogste gezagsdragers in het rijk. In later tijden werden zij een symbool voor voornaamheid en verhevenheid.