| objectnummer | 1202-287 |
| objectnaam | Laarzen (paar) |
| datering | 1850-1898 |
| materiaal | huid , zeehondenhuid ; katoen |
| afmetingen | 15 x 17 cm |
| verwerving | 1898 CIRCU schenking |
| geografische herkomst | Amur |
| culturele herkomst | Nivch |
Deze kinderlaarzen zijn van zeehondenleer en hebben een katoenen schacht. De vorm van de laars, met omhoog wijzende punten, verraadt de invloed van Mantsjoerije in het noorden van China. Met de Mantsjoerijers dreven de Nivch veel handel.
In de winter droegen vrouwen en kinderen dezelfde laarzen als in de zomer. 's Winters deden ze gedroogd gras in hun laarzen. Deze methode komt bij meer volken in en rond het poolgebied voor. Ook droegen ze 's winters wel sokken van bont in hun laarzen. De jagers droegen 's winters speciale winterlaarzen voorzien van een dubbele binnenlaag van zeehondenbont of vissenhuid.
In de eerste helft van de twintigste eeuw raakten dergelijke inheemse kledingstukken gaandeweg in onbruik. Tegenwoordig dragen de Nivch en de Orotsj Russische en Europese kleding. Van alle traditionele kledingstukken zijn de schoenen nog het langst in gebruik gebleven. Oudere mensen dragen ze nog wel eens.