| objectnummer | 1225-95 |
| objectnaam | lepel |
| datering | 1870-1880 |
| materiaal | hoorn van berggeit |
| afmetingen | L. 28.0 cm B. 6.3 cm |
| verwerving | 1899 NAMER aankoop |
| geografische herkomst | Alaska |
| culturele herkomst | Tlingit |
De lepels die tijdens maaltijden bij potlatches en ceremonies werden gebruikt, waren vaak voorzien van snijwerk, meestal in de vorm van mythologische figuren die de voorouders en verwante geesten van de clan voorstelden. De lepels van het hoorn van de berggeit waren donkerkleurig, die van de hoorn van het bergschaap licht van kleur. De vorm van de lepel werd eerst uit de hoorn gesneden, waarna het materiaal in hete stoom werd gehouden om het soepel en buigzaam te maken. Vervolgens werd het weke hoorn in een houten vorm gedrukt. Na afkoeling had het hoorn de gewenste lepelvorm aangenomen. De randen werden glad afgewerkt, waarna het handvat met snijwerk werd versierd.
Potlatch is de naam van een feest, waarbij het stamhoofd geschenken uitdeelt om zijn status te bevestigen. Uiterlijk vertoon speelt daarbij een belangrijke rol, vandaar de mooi bewerkte lepels. De Tlingit gebruikten ook minder kostbare lepels, die ze sneden van hout. Deze waren minder duurzaam.