| objectnummer | 1786-10 |
| objectnaam | mes |
| datering | 18e-19e eeuw |
| materiaal | brons en koper, gegoten, gedreven, geciseleerd en verguld |
| afmetingen | L 30 cm ; B 14.5 cm ; Dp 3.5 cm |
| verwerving | 1911 ZWCAZ aankoop |
| geografische herkomst | Tibet |
| culturele herkomst | Tibetaans |
Dit rituele offermes (Sanskriet: kartri; Tibetaans: gri-gug) heeft een ongewoon lang handvat. Aan het uiteinde zit een demonisch hoofd dat bekroond is met een vajra, een scepter. Mogelijk stelt het gezicht de beschermgod Mahakala voor. Die heeft gewoonlijk een offermes en schedelschaal als attributen. De scherpe rand van het snijblad is met goud beslagen.
Het offermes wordt nog steeds gebruikt als embleem van de krijgsmacht van het koninkrijk Bhutan. Mahakala is één van de dharmapala's, de 'beschermers van de leer', die met hun afschrikwekkende uiterlijk het boeddhisme beschermen tegen zijn vijanden. Met zijn hakmes hakt hij symbolisch de vijanden van de ware leer in stukken en verlost hij hen van hun kwade bestaan.