| objectnummer | 1786-5 |
| objectnaam | beeld |
| datering | 18e-19e eeuw |
| materiaal | brons, gegoten, geciseleerd en verguld |
| afmetingen | H 37 cm ; B 21 cm ; Dp 11 cm |
| verwerving | 1911 ZWCAZ aankoop |
| geografische herkomst | Tibet |
| culturele herkomst | Tibetaans |
Samvara en zijn vrouwelijke wederhelft (prajna) staan in innige omarming op een lotusvoetstuk. Onder hun voeten verpletteren zij de hoofdgoden van het hindoeïsme. Samvara heeft drie hoofden die bekroond zijn met een hoogopgestoken haarwrong, met daarop een maansikkel. Met twee van zijn zestien armen houdt de god zijn partner tegen zich aangedrukt. In die handen houdt hij een vajra (scepter) en ghanta (bel), samen het symbool van Verlichting. Zijn andere handen zwaaien met wapens en andere attributen. Zijn vrouwelijke wederhelft houdt onder andere een offermes en een schedelschaal in haar handen.
Samvara is een van de acht Ishtadevata's of Yidams. In het Vajrayana boeddhisme van de Himalaya zijn dit goden die alle ingewijden persoonlijk begeleiden in de laatste fase van hun zoektocht naar de hoogste wijsheid. De voorstelling van Samvara gaat terug op de hindoeïstische god Shiva, in zijn gedaante van de Vernietiger. Dat blijkt onder meer uit veel attributen van Samvara, zoals het afgesneden hoofd van Brahma, de drietand, de dubbelzijdige trommel en de maansikkel op zijn haar. Dat zijn allemaal attributen, waarmee ook Shiva wordt afgebeeld. De vele armen van het beeld duiden op de veelzijdige activiteiten van de godheid.