Rammelaar


objectnummer2043-59
objectnaamrammelaar
dateringca. 1920
materiaalkalebas ; hout
afmetingenL. 28.5 cm ; B 18 ; D 10
verwerving 1922 NAMER schenking
geografische herkomst Arizona
culturele herkomst Hopi







Rammelaars zijn heel karakteristieke muziekinstrumenten voor de Indianen in het zuidwesten van Noord-Amerika. Ze geven het ritme aan bij zang en dans, bijvoorbeeld bij de kachina-dansen. De Hopi duiden de rammelaars aan met de namen van de kachinas, de dansende geesten. De dansers delen aan kleine jongens miniatuur-rammelaars uit.

De Hopi maakten rammelaars uit verschillende materialen, bijvoorbeeld gedroogde dierenhuid. Voor handrammelaars was de schaal van een uitgeholde kalebas (Lagenaria vulgaris Ser.) favoriet. Die gaf een mooi geluid en de buitenkant was bovendien gemakkelijk te beschilderen. De schaal van de kalebas werd eerst gekookt om hem te harden en geschikt te maken voor gebruik. Op de kalebas werden symbolen geschilderd die verwijzen naar de vier windrichtingen of naar vruchtbaarheid. In de kalebas stopte men kleine steentjes, gedroogde maïskorrels of brokjes bergkristal. Die laatste twee zijn vruchtbaarheidssymbolen. Door de gaten in de kalebas werd een stok geklemd, als handvat, met daarin een gaatje voor een polsriempje.

De Hopi maakten ook kleine rammelaars van het scrotum van konijnen, gaffelantilopen, en bizons. Deze rammelaars gebruikten ze om baby's in slaap te sussen of als speelgoed. Rammelaars van konijnenscrotum zouden bovendien de vruchtbaarheid van vrouwen bevorderen.