| objectnummer | 2106-2 |
| objectnaam | mand |
| datering | 1880-1890 |
| materiaal | plantenvezels (mulberry of wilg of waterpopulier) |
| afmetingen | H. ca. 10.0 cm Dm. ca. 46.0 cm |
| verwerving | 1927 NAMER aankoop |
| geografische herkomst | New Mexico |
| culturele herkomst | Apache |
Waarschijnlijk is deze mand gemaakt door een vrouw van de Mescalero, een Apache-stam uit New Mexico. De mand is op traditionele wijze gemaakt van een touw, dat spiraalsgewijs is opgerold en vastgenaaid. Aanvankelijk maakten de Apache-vrouwen vooral grote manden voor het vervoeren van eigendommen en het verzamelen van voedsel. In de loop van de negentiende eeuw verschenen er steeds meer kleine potjes en manden. Die waren vooral bestemd voor de verkoop aan toeristen, die in steeds grotere aantallen het Amerikaanse Zuidwesten bezochten, zeker nadat in 1880 de Santa Fe Railroad gereed was gekomen.
De mandenvlechtkunst met deze spiraaltechniek dreigde in de twintigste eeuw geheel verloren te gaan. Door de Grote Depressie van de jaren '30 liep het toerisme terug. Ook het eigen gebruik van ambachtelijk gemaakte manden nam af. Goedkoop vaatwerk uit fabrieken verving de arbeidsintensieve manden en potten. Kinderen leerden het ambacht niet meer van hun ouders, maar werden verplicht naar overheidsscholen gestuurd. Rond 1980 waren er volgens sombere berichten nog maar twee vrouwen van de Chiricahua-stam, die dergelijke manden op ambachtelijke wijze maakten. De laatste decennia beleven de traditionele Indiaanse ambachten een opleving. Authentiek Apache-vlechtwerk is te koop in reservaten, kunstgaleries, museumwinkels en via het internet.