| objectnummer | 2908-5 |
| objectnaam | handschrift |
| datering | 1900-1951 |
| materiaal | blad, palmblad |
| afmetingen | [NI] |
| verwerving | 1951 ZAZIE schenking |
| geografische herkomst | Sri Lanka |
| culturele herkomst | Sri Lankaans |
Dit handschrift bevat een commentaar op de Dhammachakkapavattana Sutta, de Pali-versie van de eerste preek van de Boeddha. In een colofon staat niet alleen de naam van degene die de tekst heeft overgeschreven, maar ook van de twee opdrachtgevers, Pedi Dogo en Mahoti. Zij hadden de tekst laten overschrijven, zo blijkt uit het colofon, om daarmee hun weg naar het Nibbana (Nirvana), de bevrijding uit het aardse lijden, te bespoedigen.
De tekst is geschreven op palmblad. Dat is het traditionele materiaal voor boeddhistische teksten. De tekens worden in het blad gegrift en vervolgens wordt roet in de groeven gewreven, waardoor de tekst zichtbaar wordt.
De naam Dhammachakkapavattana betekent letterlijk het in beweging brengen van het wiel van de leer. De woorden van de Boeddha zijn in twee versies overgeleverd: één in het Pali, de ander in het Sanskriet. Beide zijn oude Indiase talen, uit de tijd waarin de historische Boeddha leefde.