| objectnummer | 3070-275 |
| objectnaam | bak |
| datering | voor 1953 |
| materiaal | hout ; kalk ; rode oker ; houtskool |
| afmetingen | 77 x 23,5 cm |
| verwerving | 1953 OCEAN aankoop |
| geografische herkomst | Irian Jaya |
| culturele herkomst | Kaimo |
De functie van deze bak is onzeker. Vermoedelijk was het een ceremoniële bak waarin sagolarven werden geserveerd. Sago, dat gewonnen wordt uit de stam van de sagopalm, is voor de Asmat, die wonen in het zuidwesten van Nieuw-Guinea, een van de belangrijkste voedselbronnen. De larven van de sagoboktor, die in het rottende hout van de sagopalm leven, gelden als delicatesse en worden voornamelijk gegeten bij rituele feesten.
Deze bak heeft de vorm van een hurkende mensfiguur met opgeheven armen en de ellebogen tegen de knieën. Dergelijke mensfiguren worden ook op schilden afgebeeld. Ook veel voorouderbeelden hebben deze karakteristieke hurkhouding, alleen zijn de armen en benen daarbij niet opzij, maar vóór het lichaam geplaatst. De houding herinnert aan de scheppingsmythe van de Asmat. Bij de eerste mensen zaten de ellebogen en knieën nog aan elkaar vast. Ook lijken de figuren met gebogen ellebogen en knieën opgebouwd uit twee rug-aan-rug geplaatste bidsprinkhanen. Dat insect is een belangrijk koppensnellerssymbool, omdat het wijfje na de paring gewoonlijk het mannetje de kop afbijt.