| objectnummer | 3134-1 |
| objectnaam | rammelaar |
| datering | eind 19e-begin 20e eeuw |
| materiaal | cederhout |
| afmetingen | L. 41.7 cm ; B. 14.0 cm ; D 13 cm |
| verwerving | 1954 NAMER aankoop |
| geografische herkomst | Alaska |
| culturele herkomst | Tlingit |
Van de Indianenstammen van de Noordwestkust van Noord-Amerika zijn talloze dansrammelaars bekend. Ze werden gebruikt bij de potlatch-feesten, de grote 'weggeeffeesten' uit dit gebied. De zogenoemde ravenrammelaars waren vaak zeer uitvoerig bewerkt en daarom het eigendom van stamhoofden.
Deze rammelaar in de vorm van een raaf bestaat uit twee afzonderlijke delen. Op de rug draagt de raaf een figuur met een menselijk lichaam en de kop van een dier, waarschijnlijk een wolf. Een lange uitstekende tong verbindt hem met een ander dierlijk wezen, waarvan alleen de kop is weergegeven.
Een verklaring van de lange tong, die bij veel rammelaars voorkomt, is niet te geven. Mogelijk symboliseert die de overdracht van kracht van het ene wezen op het andere. Onder de raaf zit een vogelachtig wezen dat met de snavel een ander wezen vastheeft.
Helaas is het erg moeilijk om de verschillende figuren en hun betekenis te herkennen, zelfs voor de huidige stamleden. Ook is niet te zeggen wat de preciese herkomst van een rammelaar is. De meeste rammelaars werden door de Tlingit, Tsimshian en Haida gemaakt. Omdat tussen die stammen een nauwe band bestond, zijn de overeenkomsten in stijl erg groot.