| objectnummer | 3600-6919 |
| objectnaam | speerpunt |
| datering | voor 1918 |
| materiaal | ijzer ; hout ; vezel |
| afmetingen | L 26 cm ; B cm ; H cm ; DM cm |
| verwerving | 1959 OCEAN aankoop |
| geografische herkomst | Irian Jaya |
| culturele herkomst | Nieuw-Guinea; Waropen |
Deze speerpunt bestaat uit twee gepunte stukken ijzer, elk voorzien van een weerhaak. Ze zijn onderaan samengebonden in een kokervormig stuk bamboe, waaromheen met boombast omwikkelde rotan ringen zijn gewonden. De onderkant kan op de bamboe schacht van een visspeer gestoken worden. Het ijzer zelf was niet afkomstig van Nieuw-Guinea, maar werd verkregen door handel met de bewoners van de Molukken.
In de 19e eeuw werden in Nieuw-Guinea bijlen, messen en ijzeren staven van Europese makelij geïmporteerd. De smeden van Nieuw-Guinea smeedden de ijzeren staven om tot speer- en harpoenpunten. De smeden stonden in hoog aanzien vanwege hun macht over het ijzer, hun technische vaardigheid, hun geheime magische kennis, en hun bijzonder contact met de bovennatuurlijke wereld. In de mythen is de oorsprong van het ijzer wonderbaarlijk en heeft het vuur, met behulp waarvan ijzer gesmeed wordt, sacrale aspecten. Daarom wordt het ijzer als iets bovennatuurlijks beschouwd. Dat het ijzer als iets bezields wordt gezien, blijkt ook uit de Biakse naam voor ijzer: 'romawa forja', dat betekent 'kind van het vuur'.