| objectnummer | 361-35 |
| objectnaam | korf, draagkorf |
| datering | 1870-1880 |
| materiaal | wilg of fluweelboom; leer; lood; wol |
| afmetingen | H 18 ; Dm 17 cm |
| verwerving | 1883 NAMER schenking |
| geografische herkomst | Arizona |
| culturele herkomst | Apache |
De Apaches in het Zuidwesten stonden bekend om hun sterke draagmanden. Sommige manden leken op diepe emmers met een grote ronde bodem, andere waren schotelvormig. Ze waren vaak versierd met leren franjes en patronen van gekleurde vezels. De draagmanden met een V-vorm werden gebruikt om spullen te vervoeren wanneer de stam van kamp tot kamp trok. Een korf zonder V-vorm diende voor het verzamelen van zaad en planten.
Net als de Plains Indianen trokken de Apaches rond. Aardewerken potten en pannen zijn veel te breekbaar voor zo'n reizend bestaan. De Apaches gebruikten daarom vooral manden van moerbeitwijgen of wilgentenen, eventueel met deksels van dierenhuiden. Die dienden als waterkruiken of voor de opslag van zaad en fruit. De manden werden ook gebruikt bij verschillende plechtigheden.
In de 20e eeuw maken de Apaches nog steeds deze manden. Belangrijke centra van de Apache-vlechtkunst zijn de Indianenreservaten San Carlos in Arizona en Mescalero in New Mexico. Daar maken de vrouwen manden voor de toeristenmarkt, maar ook traditionele manden die gebruikt worden bij de 'Sunrise Ceremony', de inwijdingsceremonie voor meisjes.