| objectnummer | 361-45 |
| objectnaam | deken, zadeldeken |
| datering | 1870-1880 |
| materiaal | schapenwol |
| afmetingen | L 136 ; B 90 cm |
| verwerving | 1883 NAMER schenking |
| geografische herkomst | Arizona; New Mexico |
| culturele herkomst | Navajo |
De Navajos namen de schapenteelt en de weefkunst over van de Pueblo-Indianen. Bij de Navajos was het weven een taak voor de vrouwen. Zij gebruikten hiervoor een eenvoudig verticaal weefgetouw, dat in of bij hun hut, een zogenaamde 'hogan', stond opgesteld. Zij weefden vooral dekens voor eigen gebruik. Omdat de dekens van hoge kwaliteit waren - ze waren niet alleen mooi en slijtvast, maar soms ook waterdicht - hadden ook anderen belangstelling. De dekens werden geliefde handelswaar in de ruilhandel met andere Indianenstammen, Spanjaarden en Mexicanen.
De eerste dekens, uit de zogenaamde 'Klassieke Periode' (1650-1865), hadden eenvoudige gestreepte patronen, soms versierd met driehoeken of ruiten. Ze waren geverfd met natuurlijke kleurstoffen. De Navajos gebruikten vooral wol van de schapen die ze zelf fokten (of buitmaakten op de Spanjaarden). Ook haalden ze wel Europese 'bayeta'-dekens uit, om de helderrood geverfde wol te hergebruiken. In de 'Overgangsperiode' (1865-1895) maakten de Indianen kennis met geïmporteerde fabriekswol. Die wol was met een chemische kleurstof, aniline, geverfd en bood een breder kleurenscala dan de met natuurlijke verfstoffen behandelde wol.