Mand


objectnummer3746-2
objectnaammand
datering1850-1890
materiaalsparrewortels, varenvezels
afmetingenH. 14.0 cm Ds. bodem 14.0 cm
verwerving 1961 NAMER aankoop
geografische herkomst Alaska
culturele herkomst Tlingit







Door deze mand is een patroon van varenvezels gevlochten.

De kunst van het mandenvlechtwerk was aan de Noordwestkust van Noord-Amerika hoog ontwikkeld. Het werd door vrouwen gedaan. Ze beschikten over verschillende vlechttechnieken, die elk hun eigen dichtheid, soepelheid en structuur opleverden. Zo konden ze manden maken met de juiste vorm, maat en andere eigenschappen voor het gewenste doel. De vrouwen maakten speciale manden voor onder andere het verzamelen van schelpdieren en knolgewassen, het bewaren van voedsel, het bereiden van gerechten, het opbergen van visgerei, huisraad en persoonlijke bezittingen, en voor ceremoniële voorwerpen.

Als basismateriaal dienden de wortels van sparren en ceders, of de binnenste bast van de rode ceder die in vezels uiteen werd gerafeld. Daardoorheen vlochten de vrouwen geometrische figuren van andere materialen: rode of zwartgeverfde bast van de wilde kers, varensnerven en crèmekleurige grassen. Uit de rode els werd een rode verfstof gewonnen. Zwart vlechtmateriaal werd ook verkregen door plantenvezels een tijd lang in zwarte moerasmodder te bewaren. Tegenwoordig worden ook maïsbladeren gebruikt.