Mand


objectnummer3746-3
objectnaammand
datering1880-1910
materiaalsparrewortels, gras
afmetingenH. 17.0 cm Ds. bodem 10.0 cm Ds. 19.0 cm
verwerving 1961 NAMER aankoop
geografische herkomst Noord-Amerika
culturele herkomst Northwest Coast







Door deze mand is een patroon van grasvezels gevlochten.

Mandenvlechten was bij de Indianenvolken langs de Noordwestkust van Noord-Amerika vrouwenwerk. Bij enkele stammen werden meisjes omstreeks de tijd van hun eerste menstruatie afgezonderd. Een tijd lang wijdden ze zich aan het vervolmaken van de kennis en vaardigheden die zij nodig hadden voor hun toekomstige positie als vrouw en echtgenote. Sommige meisjes werden zo bedreven in het vlechtwerk, dat zij deels waren vrijgesteld van andere werkzaamheden.

In de jaren tachtig van de 19e eeuw werden voor het eerst scheepscruises voor rijke toeristen langs de Noordwestkust georganiseerd. Ze kwamen voor de natuur en om de 'exotische' Indianen te bekijken. Hierdoor ontstond een markt voor souvenirs. Indiaanse vrouwen begonnen siermanden te maken: kleine mandjes die in de bagage pasten, papierkorven en omvlochten glazen flessen. Naast goedkoop seriewerk van slechte kwaliteit maakten ze kwaliteitsstukken die meer tijd vergden maar ook meer geld opbrachten. Vanaf de jaren dertig van de 20e eeuw raakte het ambacht van mandenvlechten in verval. Maar in de laatste decennia heeft een nieuwe generatie jonge Indiaanse vrouwen het ambacht geleerd.