Klopsteen van Matjemos


objectnummer3790-422
objectnaamklopsteen
dateringvoor 1961
materiaalsteen
afmetingenL 10.2 cm
verwerving 1961 OCEAN aankoop
geografische herkomst Irian Jaya
culturele herkomst Amanamkai







De Asmat houtsnijder Matjemos heeft deze riviersteen gebruikt als gereedschap bij het maken van zijn houtsnijwerken. Het vlakke gedeelte van de steen dient als klopvlak. Daarmee slaat de houtsnijder op het handvat van een beitel, om het ijzer in het hout te drijven.

Tot halverwege de twintigste eeuw waren stenen bijlen, dierentanden, dierenbotten en schelpen het enige gereedschap van de Asmat. Stenen bijlen verkregen ze door ruilhandel met mensen uit het binnenland. Bijlen waren daardoor kostbaar en zó heilig, dat zij naar voorouders genoemd werden. Voor fijn houtsnijwerk gebruikten de Asmat de slagtanden van varkens of de tanden van een bepaalde vis. Oesterachtige schelpen werden gebruikt om te schrapen en te schuren. Beitels werden gemaakt van het dijbeen van de kasuaris, een grote loopvogel.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen de Asmat in aanraking met metalen gereedschap. Tegenwoordig hebben ijzeren bijlen, beitels van platgeslagen spijkers en metalen messen de traditionele werktuigen bijna geheel vervangen.