Trom gemaakt door Matjemos


objectnummer3790-425
objectnaamtrom
datering1961
materiaalhout ; rotan ; varanenhuid
afmetingen62 cm
verwerving 1961 OCEAN aankoop
geografische herkomst Irian Jaya
culturele herkomst Amanamkai







Deze trom heeft de Asmat houtsnijder Matjemos in 1961 gemaakt in opdracht van de antropoloog dr. A.A. Gerbrands. Het vervaardigingsproces zette dr. Gerbrands op film. Door deze documentaire werden zowel Gerbrands als Matjemos bekend in de antropologische wereld.

De greep van de trom is, zoals bij Asmat-trommen gebruikelijk is, uitgesneden in de vorm van koppensnellerssymbolen. Het hoofdmotief is de bidsprinkhaan. Dat is een koppensnellersmotief omdat het wijfje na de paring gewoonlijk het mannetje de kop afbijt. Onder de bidsprinkhaan heeft Matjemos twee kopjes van kaketoes en twee kopjes van jaarvogels uitgesneden. Deze vogels eten vruchten uit bomen, zoals de Asmat de hoofden van hun slachtoffers snellen. Het vliegen van de vogels symboliseert het zich vlug verplaatsen van de koppensneller op een sneltocht.

Bij het maken van de trom heeft Matjemos eerst met een graafstok het merg uit een stuk boomstam losgestoten. Daarna heeft hij de trom door middel van uitbranden verder uitgehold. Met een bijl kapte hij de ruwe vorm. Met een steekbeitel werkte hij die verder uit. Met een kleine beitel, die hij aansloeg met een klopsteen, en met een mes maakte hij de details. De trom is bespannen met de huid van een varaan. Bij de Asmat is de trom een sacraal instrument. Het geluid van de trom vertegenwoordigt de stem van een (mythische) voorouder.