Peddel


objectnummer4131-4
objectnaampeddel
datering1880-1900
materiaalhout
afmetingenL. 148.0 cm
verwerving 1966 NAMER aankoop
geografische herkomst British Columbia
culturele herkomst Haida







De Haida, de oorspronkelijke bewoners van de Queen Charlotte Eilanden voor de kust van British Columbia, in het uiterste westen van Canada, waren vermaard om hun zeewaardige houten kano's. Die gebruikten zij voor jacht en visvangst, voor handel, voor oorlog, en ook om de ceremoniële feesten in andere dorpen te bezoeken.
Een kano werd doorgaans gemaakt van één uitgeholde boomstam. De hoge rode ceders die in dit gebied groeien, waren daarvoor uitermate geschikt. Nadat de stam was uitgehold en in de juiste vorm gemodelleerd werd hij prachtig beschilderd met dezelfde clandieren die ook de totempalen van de Haida sieren. Nog steeds zijn er Haida-indianen die de kunst van het kano maken beheersen.

Deze peddel is waarschijnlijk gesneden uit het hout van een taxus of gele ceder. Het blad is beschilderd met een clansymbool. Peddels met een smal blad, zoals deze, dienden om te pagaaien; peddels met een groot breed blad werden gebruikt om te sturen. Aan het bovenste uiteinde is een handgreep gesneden om een betere grip te hebben en meer kracht te kunnen zetten. De lengte van de peddel was afhankelijk van het type kano; voor de kleine kano's waren korte peddels van een halve meter voldoende; in de grote kano's zaten de peddelaars op roeibanken en gebruikten langere peddels. Speciale grote beschilderde peddels werden gemaakt om mee te dragen tijdens dansceremonies.

Peddelgezangen maakten het monotone handwerk tijdens lange tochten draaglijker en soms werd met peddels de maat geslagen. Vrouwen die de kunst van het peddelen machtig waren, werden als gelijken van de mannen behandeld. De posities van de eerste peddelaar in de boeg en van de stuurman of -vrouw in grote kano's waren voorbehouden aan personen van de hoogste status. Natuurlijk moesten zij wel de techniek beheersen.