| objectnummer | 4296-1 |
| objectnaam | huisplank |
| datering | ca. 1927 |
| materiaal | hout ; pigment |
| afmetingen | L 309 cm ; B 53 cm |
| verwerving | 1968 OCEAN aankoop |
| geografische herkomst | Papoea Nieuw-Guinea |
| culturele herkomst | Telefolmin |
De huisplank dient als centrale toegangsdeur in de ceremoniële huizen van de Telefolmin, een volk in het Boven-Sepik-gebied in het noorden van Nieuw-Guinea. Het ovale gat onderaan dient als deuropening. Het kan met een schotje van hout of palmbladschede worden afgesloten.
De voorzijde van het deurpaneel is versierd met een reliëfpatroon met verschillende motieven. Het patroon als geheel heeft geen speciale betekenis, maar de afzonderlijke motieven verwijzen naar lichaamsdelen van de voorouders, zoals borst, ledematen en ogen. Het is moeilijk om de betekenis van de motieven te duiden, omdat zelfs de Telefolmin er een verschillende uitleg aan geven. Zigzaglijnen, zoals langs de randen van dit deurpaneel, worden vaak geïnterpreteerd als 'slang' of 'spoor van de slang'. De twee spiraalvormen bovenaan het paneel worden vaak gezien als ogen van mensen, hagedissen of vogels.
De huizen van de Telefolmin zijn meestal rechthoekig en soms gebouwd op palen. Vrouwen, meisjes en jongens leven in de familiehuizen. De mannen slapen in het ceremoniële mannenhuis en brengen er ook een deel van de dag door. Naar het schijnt hebben alleen mannenhuizen waar relieken van voorouders bewaard worden, een voorgevel met versierde houten panelen. De panelen geven de bewoners een gevoel van veiligheid en vormen een waarschuwing voor eventuele indringers.