Laarzen
| objectnummer | 4323-2a |
|
| objectnaam | laarzen |
|
| datering | 1967 |
|
| materiaal | elandsleer, glas |
|
| afmetingen | L. voetzool 23.5 cm |
|
| verwerving | 1968 NAMER aankoop |
|
| geografische herkomst |
Plains |
|
| culturele herkomst |
Assiniboin |
Deze laarzen van elandleer zijn versierd met een bloemmotief van glazen kralen. Van oudsher versierden de Indianen van de Plains hun kleren en schoenen met geometrische motieven, eerst met stekelvarkenpennen, later ook met kralen. De bloem- en bladmotieven kwamen veel later, aan het begin van de negentiende eeuw. Van invloed daarop waren de tapijten met oosterse motieven, die de blanken met zich meebrachten. In het gebied van de Red River woonden de Métis, nakomelingen van gemengde verbintenissen tussen blanke pelshandelaren en Indiaanse vrouwen. Deze mestiezen maakten kralenwerk met bloemen en bladeren. Door handelscontacten breidde deze stijl zich uit naar het westen en bereikte ook de Plains. Een andere bron waren de blanke scholen. Indiaanse vrouwen die blanke scholen bezochten, leerden daar handwerken met Europese motieven en technieken. Die pasten ze later toe in hun kralenwerk.