| objectnummer | 4835-680b |
| objectnaam | paardentuig |
| datering | Voor 1975 |
| materiaal | zilver |
| afmetingen | L 46 (dubbel) ; B 4 cm |
| verwerving | 1975 ZWCAZ aankoop |
| geografische herkomst | Mazar-e Sharif |
| culturele herkomst | Turkmen |
Deze nekband is één van de drie verzilverde delen van een Turkmeens paardentuig. De andere twee delen zijn de halster en de borstband.
De Turkmenen hebben een ruiternomadencultuur. Het paard is als het ware het alter ego van de man, het instrument waaraan de Turkmeen tijdens zijn rooftochten de voorkeur gaf boven alle andere wezens: 'Een prachtig schepsel waaraan deze zonen van de woestijn meer waarde hechten dan aan hun vrouw, hun kinderen en zelfs hun eigen leven.' Deze waardering werd tot uitdrukking gebracht in de uitrusting van het paard en met name in het massief zilveren tuig. De kwaliteit van deze tuigen weerspiegelt het belang van het paard als prestige-object, maar ook de liefde waarmee een paard wordt omringd.
In tegenstelling tot de Turkmeense vrouwen, droegen Turkmeense mannen nauwelijks sieraden, hooguit een ring, of soms een amulet onder hun kleding. Een man ontleende zijn prestige niet aan een rijke uitdossing, maar aan zijn persoonlijke moed, economische middelen, sociale relaties en leiderschapskwaliteiten. De enige kostbaarheden waarmee mannen wel pronkten, waren wapens en paardentuig.