| objectnummer | 5050-4 |
| objectnaam | IJsbeitel |
| datering | 1950-1979 |
| materiaal | hout ; ijzer ; nylon ; blik |
| afmetingen | 200 cm8,5 cm (Onderdeel, blik)20 cm (Onderdeel, punt) |
| verwerving | 1979 CIRCU aankoop |
| geografische herkomst | Tiniteqilaaq |
| culturele herkomst | Tunumiit |
Iedere Inuit-jager bezit een ijsbeitel en neemt die altijd mee. Als hij op het ijs loopt, prikt hij bij elke stap om te zien of het ijs het zal houden. Ook gebruikt hij de ijsbeitel om gaten in het ijs te hakken. In de winter worden op die manier zeehonden gevangen. De jager maakte vroeger met zijn ijsbeitel een ademgat en wachtte tot hierdoor een zeehond opdook. Gaten in het ijs zijn ook nodig om te kunnen vissen en om netten onder het ijs te zetten.
De houten steel van deze ijsbeitel was oorspronkelijk bedoeld als bezemsteel. Om de bovenzijde van de steel zit een brede rand van blik. Het blik is met spijkers vastgezet. In de bovenkant is een ronde, ijzeren staaf ingelaten. Net als het hout zijn het ijzer en blik geļmporteerd. De beplating met blik moet het hout beschermen tegen het harde ijs.