| objectnummer | 5075-457 |
| objectnaam | borstgewaad |
| datering | 1940-1950 |
| materiaal | wol ; katoen |
| afmetingen | L 100 cm ; B 45 cm |
| verwerving | 1980 MIZUA aankoop |
| geografische herkomst | Puebla |
| culturele herkomst | Otomí |
Deze quechquemitl is geweven in een heel speciale techniek, het zogenaamde rondweven, dat alleen beheerst werd door de weefsters van San Pablito en enkele naburige Otomí-dorpen. Bij deze weeftechniek wordt de schering voor zowel de voor- als de achterkant van het kledingstuk op het heupweefgetouw gezet. Door afwisselend aan beide uiteinden van het weefgetouw te weven ontstaan voor- en achterzijde op dezelfde schering. De quechquemitl bestaat uit drie banen van afwisselend witte katoen en rode wol. De bovenste strook is geborduurd met diverse motieven, waaronder achthoekige ster- of bloemvormen, vaasmotieven en geometrische versieringen.
De Deense onderzoekster Bodil Christensen heeft deze schouderdoek verzameld in de jaren veertig van de twintigste eeuw. Zij interesseerde zich in het bijzonder voor deze speciale manier van weven. In 1947 publiceerde zij het artikel 'Otomí looms and quechquemitls from San Pablito, State of Puebla, and from Santa Ana Hueytlalpan, State of Hidalgo, Mexico', in de Carnegie Institution of Washington Notes on Middle American Archaeology and Ethnology.