Baba stulpmasker


objectnummer5526-55
objectnaambaba stulpmasker
datering1978 (voor)
materiaalBosliaan (nungwa)** ; patina (rookaanslag, korstlaag); hibiscus teleaceus ; sago bladmerg ; sembien** (mangas* in Melanesisch Pidgin, "a tree of the species Hibiscus tileaceus, the leaves of which are used as native cigarette paper and the young twigs in rope making, (Mihalic,1971:129)) ; gevlochten.
afmetingenH 29 cm ; L 51 cm ; B 24 cm
verwerving 1987 OCEAN aankoop
geografische herkomst Sepik
culturele herkomst Abelam







Dit masker van vlechtwerk was oorspronkelijk beschilderd, maar is nu bedekt met een korst van rookaanslag en andere sporen van gebruik. Dergelijke maskers, baba geheten, spelen een belangrijke rol in de voorouder- en yamcultus van de Abelam, een volk in het noorden van Papoea Nieuw-Guinea.

Een danser draagt het baba-masker aan het begin van een initiatie-ritueel. Zijn lichaam gaat schuil onder een mantel van sagopalmbladeren. De gemaskerde dansers rennen in het dorp rond met speren om de kinderen en vrouwen bang te maken, zodat ze wegblijven van de voorbereidingen van het ritueel. Tijdens het ritueel bedreigen zij de jonge mannen die de initiatie ondergaan. Die moeten hun moed tonen en de baba-figuren het oerwoud injagen. Na afloop van het ritueel worden de maskers bewaard in het ceremoniële huis. Ze worden in de rook van het houtvuur gehangen. Daardoor rotten ze niet weg.

Dit baba-masker is vóór de Tweede Wereldoorlog gemaakt door Kaumbapa, de grootvader van de laatste eigenaar. Het masker heeft dezelfde naam als de totem van zijn clan, namelijk Gwaru, een vogel. Alleen mannen die zijn ingewijd in de geheime yamcultus, mogen dergelijke maskers maken. De laatste maskermaker van het dorp Apangai is in 1985 overleden.