Baba stulpmasker


objectnummer5526-59
objectnaambaba stulpmasker
dateringvoor 1978
materiaalLygodium ; casuaris veren ; witte kippen veren ; zwarte kleurstof ; rode kleurstof ; witte kleurstof ; gele kleurstof ; gevlochten.
afmetingen
verwerving 1987 OCEAN aankoop
geografische herkomst Sepik
culturele herkomst Wosera







Dit gevlochten masker stelt een voorouder voor. Dergelijke maskers, baba geheten, spelen een belangrijke rol in de voorouder- en yamcultus van de Abelam, een volk in het noorden van Papoea Nieuw-Guinea.

Dit baba-masker is gemaakt door Wingu van de Nyaniok-clan en voor het Rijksmuseum voor Volkenkunde verzameld door de conservator drs. D.A.M. Smidt. De persoonlijke naam van het masker is Ulangeli; het is genoemd naar de mythische voorouder van de Nyaniok-clan.

Aan de bovenkant van het masker zit een uitstulpsel met daar bovenop een hoofdtooi van kasuarisveren. Het masker heeft grote ovale ogen met bolle pupillen. Onderaan de neus, die de vorm heeft van een opstaande rand, zit een lus om een veer of stokje doorheen te kunnen steken. Om het gezicht loopt een motief van driehoeken, dat ook vaak voorkomt op draagnetten.

Een danser draagt het baba-masker aan het begin van een initiatie-ritueel. Zijn lichaam gaat schuil onder een mantel van sagopalmbladeren. De gemaskerde dansers rennen in het dorp rond met speren om de kinderen en vrouwen bang te maken, zodat ze wegblijven van de voorbereidingen van het ritueel. Tijdens het ritueel bedreigen zij de jonge mannen die de initatie ondergaan. Die moeten hun moed tonen en de baba-figuren het oerwoud injagen. Na afloop van het ritueel worden de maskers bewaard in het ceremoniële huis. Ze worden in de rook van het houtvuur gehangen. Daardoor rotten ze niet weg.