| objectnummer | 5591-43 |
| objectnaam | pottergerei, kleihak |
| datering | 1989 |
| materiaal | hout ; metaal, ijzer ; gesneden ; gesmeed |
| afmetingen | |
| verwerving | 1989 AFRIK aankoop |
| geografische herkomst | Djenne |
| culturele herkomst | |
De Malinese stad Djenné is een van de weinige steden in Afrika waar de traditionele bouwkunst bewaard is gebleven. De oudste huizen zijn enkele eeuwen oud. Karakteristiek zijn de grote lemen binnenplaatshuizen. Ze hebben twee verdiepingen en het ingangsportaal is meestal versierd met pilasters en een geveltableau in reliëf. Vrijwel ieder huis heeft een vestibule, binnenplaats, keuken, vrouwenvertrekken, mannenvertrekken, toilet, opslagruimtes, dakterras, en kamers voor de oudere jongens.
De hak wordt door metselaars gebruikt om de leem te mengen. Leem met mest, stro, kaf en water dient als grondstof voor de bouwstenen. Als metselspecie en als materiaal om de buitenkant van de muur te bepleisteren gebruiken de metselaars een mengsel van leem, mest, kaf en water. Overigens verschilt deze hak niet van het gereedschap dat de landbouwers in de omstreken van Djenné gebruiken om het land te bewerken. De metselaars zijn als enige beroepsgroep in Djenné verenigd in een soort gilde.
De organisatie van metselaars, de barey-ton, verzorgt onder meer de opleiding tot metselaar. De barey-ton heeft een hiërarchische structuur. Onderaan staan de leerlingen. De tweede groep op de maatschappelijke ladder zijn de jongere, volleerde metselaars die het beroep zelfstandig uit kunnen oefenen. De top wordt gevormd door de meester-metselaars. Deze groep bestaat uit actieve en 'rustende' meesters. De meester-metselaars kennen de magische, geheime spreuken van het ambacht die zowel het gebouw als de bouwer tegen onheil beschermen. De barey-ton in Djenné is van essentieel belang om de hoge kwaliteit van de architectuur te behouden en om de daarvoor nodige kennis door te geven aan volgende generaties.