| objectnummer | 5677-102 |
| objectnaam | weefgerei, weefgetouw |
| datering | 1950-1970 |
| materiaal | hout ; vezel |
| afmetingen | [NI] |
| verwerving | 1991 AFRIK schenking |
| geografische herkomst | Bandiagara |
| culturele herkomst | Dogon |
Dit is een zogeheten schachtengetouw, een eenvoudig houten handweefgetouw. Dit exemplaar is afkomstig van de Dogon, maar soortgelijke getouwen worden bijna overal in West-Afrika gebruikt. Ook de weefgetouwen van de Tellem, die van de elfde tot de zestiende eeuw in dit gebied woonden, moeten er ongeveer zo hebben uitgezien.
Het eigenlijke weefgetouw bestaat uit een paar schachten met een katrol, een kam en een weefschuitje met weefspoel. De schachten dienen om de kettingdraden (de draden in de lengterichting van het getouw) uit elkaar te trekken, zodat de wever het weefschuitje met daarin de weefspoel er tussendoor kan steken. Zo maakt hij de inslag (de draden in de breedterichting). De kam dient om de inslagdraden aan te drukken. Op dit weefgetouw, dat altijd door mannen wordt bediend, worden lange smalle banden geweven. Het maken van een schering van soms meer dan 700 kettingdraden van tientallen meters lang vereist een grote vaardigheid.