| objectnummer | 5729-5a |
| objectnaam | Laars |
| datering | 1968 |
| materiaal | bont , klapmutsbont ; bont , baardrobbont, nylon |
| afmetingen | 45 x 28 cm |
| verwerving | 1993 CIRCU schenking |
| geografische herkomst | Tiniteqilaaq |
| culturele herkomst | Tunumiit |
Dit type laarzen wordt door Inuit-mannen in de zomer gedragen. De schachten en binnenlaarzen zijn van klapmutsbont gemaakt, de zolen van baardrobleer.
Dit paar laarzen droeg Gerti Nooter tijdens de lange periodes die hij in Oost-Groenland doorbracht. Om hem heen zag hij de samenleving veranderen. De traditionele voorwerpen en kledingstukken moesten steeds meer wijken voor producten die uit Denemarken werden geïmporteerd. Vanaf de jaren '70 dragen de Groenlanders steeds vaker rubberen laarzen en ander Europees schoeisel.