| objectnummer | 5776-7 |
| objectnaam | ketting, halsketting |
| datering | 1970-1980 |
| materiaal | zilver ; turkoois |
| afmetingen | L 38 ; B 19 cm |
| verwerving | 1994 NAMER aankoop |
| geografische herkomst | Arizona; New Mexico |
| culturele herkomst | Navajo |
Al ver voor de komst van de Europeanen waren kettingen geliefde sieraden bij de Indianen van het Zuidwesten. Die maakten zij van schelpen, koraal en kostbare stenen, zoals turkoois. De Spanjaarden introduceerden kralen van glas en metaal. Bij de Navajos namen die geïmporteerde kralen in populariteit af toen zij, halverwege de negentiende eeuw, zelf zilveren kralen gingen maken. Aanvankelijk maakten ze eenvoudige ronde kralen, maar naarmate ze het smeedwerk beter onder de knie kregen, werden de vormen steeds ingewikkelder. Ook versierden ze de kettingen met kunstig gemaakte zilveren hangers, al dan niet ingelegd met turkoois.
Deze ketting is versierd met hangertjes in de vorm van veren, een motief dat op Navajo-kunst veel voorkomt. Aan de ketting hangt een zogenaamde naja, een hanger in de vorm van een dubbele maansikkel. Aan de uiteinden zitten meestal ronde knoppen - zoals hier - of kleine handjes. Het woord naja is afgeleid van het Navajo-woord najahe dat halve maan betekent. De vorm hebben de Navajos overgenomen van de Spanjaarden. Die versierden het tuig van hun paarden met dergelijke amuletten, die volgens het volksgeloof bescherming gaven tegen het 'boze oog'. De Spanjaarden hadden het amulet op hun beurt ontleend aan de Moren, die eeuwenlang grote delen van Spanje bezet hadden.